Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 23

Jaarrekening

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VAN ISD BOL

1.. Het dagelijks bestuur biedt de rekening over het afgelopen kalenderjaar, met alle bijbehorende bescheiden, jaarlijks vóór 1 april ter voorlopige vaststelling aan het algemeen bestuur aan, onder gelijktijdige toezending aan de besturen van de gemeenten. De rekening moet zijn vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening ingesteld door de overeenkomstig art. 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundigen en van hetgeen het dagelijks bestuur voor zijn verantwoordingstaak verder dienstig acht. 2.. In de rekening wordt voor elk der gemeenten, overeenkomstig de toerekeningsmethodiek zoals verwoord in artikel 21 lid 3 en lid 4, het bedrag opgenomen dat voor rekening van de desbetreffende gemeente komt. De vergoeding voor diensten die de gemeente aan de dienst heeft geleverd worden hierbij separaat zichtbaar gemaakt. 3.. Na afloop van elk kalenderjaar en uiterlijk vóór één maand na vaststelling van de jaarrekening van de dienst, vindt tussen de dienst en de gemeenten een definitieve afrekening plaats, overeenkomstig de in lid 23 vastgelegde afspraken. 4.. De raden van de gemeenten kunnen binnen twee maanden, nadat de rekening is toegezonden, daartegen bij het algemeen bestuur schriftelijk bezwaar indienen. 5.. Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening en stelt haar vast uiterlijk 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. Het algemeen bestuur doet de raden van de gemeenten mededeling van de vaststelling. 6.. Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 7.. De rekening wordt binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de rekening betrekking heeft, door het dagelijks bestuur aan Gedeputeerde Staten verzonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel