• - Onverminderd het gestelde in artikel 4 van deze beleidsregels komt een bijstandsgerechtigde in aanmerking voor de voorbereidingsperiode als bedoeld in artikel 2, derde lid van het Bbz 2004 wanneer voldaan wordt aan de volgende criteria:
    • - de belanghebbende is voldoende vakbekwaam en heeft de persoonlijke vaardigheden, die noodzakelijk zijn om (op termijn) zelfstandig ondernemer te kunnen worden; en b. de arbeidsmarktsituatie van de belanghebbende geeft daartoe aanleiding.
  • - De belanghebbende heeft bij deelname aan de voorbereidingsperiode de verplichting om mee te werken aan het voorbereidingstraject.
  • - Indien uit de entreetoets blijkt dat de vakbekwaamheid en/of persoonlijke vaardigheden nog onvoldoende is, beoordeelt het college of belanghebbende na het begeleidings- en opleidingstraject van maximaal één jaar naar verwachting wel over voldoende vakbekwaamheid en persoonlijke vaardigheden zal beschikken.