Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf III

Artikel 3.15

Verplichting zelfbewoning en verbod doorverkoop

Onderdeel van Algemene Voorwaarden voor de Verkoop van onroerende zaken 2013 (AVV 2013)

a.. Koper verplicht zich de op de verkochte grond te bouwen woning uitsluitend te zullen gebruiken om die zelf (met zijn eventuele gezinsleden) te bewonen en die woning met de daarbij behorende grond niet aan derden te zullen doorverkopen, één en ander behoudens het vermelde in de hierna volgende leden. b.. Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing in geval van: verkoop op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 BW; executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers (artikel 3:268 BW); schriftelijke ontheffing door burgemeester en wethouders als bedoeld in lid e. c.. Als koper in strijd handelt met het bepaalde onder a van dit artikel, is koper na ingebrekestelling aan de gemeente een direct opeisbare boete verschuldigd van tien procent (10 %) van de koopsom met een minimum van twintigduizend euro (€20.000,00), onverminderd het recht van de gemeente om nakoming van deze verplichting te vorderen. d.. Het bepaalde in lid a en b vervalt nadat koper de desbetreffende woning gedurende vijf achtereenvolgende jaren heeft bewoond. Als maatstaf geldt hierbij de datum waarop en de tijd gedurende welke koper als bewoner van het desbetreffende adres in het bevolkingsregister is ingeschreven. e.. Burgemeester en wethouders kunnen schriftelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in dit artikel. Deze ontheffing wordt echter steeds verleend in geval van: verandering van werkkring van koper of diens echtgeno(o)t(e) of levensgezel, op grond waarvan redelijkerwijs verhuisd dient te worden; overlijden van koper of diens echtgeno(o)t(e) of levensgezel; ontbinding van het huwelijk van koper door echtscheiding of ontbinding van een samenlevingsverband; door de gezondheid van koper of één van zijn gezinsleden c.q. huisgenoten verhuizing noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel