**a..** Koper verplicht zich de op de verkochte grond te bouwen woning
uitsluitend te zullen gebruiken om die zelf (met zijn eventuele
gezinsleden) te bewonen en die woning met de daarbij behorende
grond niet aan derden te zullen doorverkopen, één en ander
behoudens het vermelde in de hierna volgende leden.
**b..** Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing in geval
van:
verkoop op grond van een machtiging van de rechter als
bedoeld in artikel 3:174 BW;
executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers
(artikel 3:268 BW);
schriftelijke ontheffing door burgemeester en wethouders
als bedoeld in lid e.
**c..** Als koper in strijd handelt met het bepaalde onder a van dit
artikel, is koper na ingebrekestelling aan de gemeente een
direct opeisbare boete verschuldigd van tien procent (10 %) van
de koopsom met een minimum van twintigduizend euro (€20.000,00),
onverminderd het recht van de gemeente om nakoming van deze
verplichting te vorderen.
**d..** Het bepaalde in lid a en b vervalt nadat koper de desbetreffende
woning gedurende vijf achtereenvolgende jaren heeft bewoond. Als
maatstaf geldt hierbij de datum waarop en de tijd gedurende
welke koper als bewoner van het desbetreffende adres in het
bevolkingsregister is ingeschreven.
**e..** Burgemeester en wethouders kunnen schriftelijk ontheffing
verlenen van het bepaalde in dit artikel. Deze ontheffing wordt
echter steeds verleend in geval van:
verandering van werkkring van koper of diens
echtgeno(o)t(e) of levensgezel, op grond waarvan
redelijkerwijs verhuisd dient te worden;
overlijden van koper of diens echtgeno(o)t(e) of
levensgezel;
ontbinding van het huwelijk van koper door echtscheiding
of ontbinding van een samenlevingsverband;
door de gezondheid van koper of één van zijn gezinsleden
c.q. huisgenoten verhuizing noodzakelijk is.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf III
Artikel 3.15
Verplichting zelfbewoning en verbod doorverkoop
Onderdeel van Algemene Voorwaarden voor de Verkoop van onroerende zaken 2013 (AVV 2013)