Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf III

Artikel 3.16

Functiebescherming sociale huurwoningen

Onderdeel van Algemene Voorwaarden voor de Verkoop van onroerende zaken 2013 (AVV 2013)

a.. Koper (c.q. zijn rechtsopvolger(s)) verplicht(en) zich de op de verkochte onroerende zaak te stichten woning(en) uitsluitend te zullen gebruiken als sociale huurwoning(en). Het is koper (c.q. zijn rechtsopvolger(s)) zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders niet toegestaan om de te stichten woning(en) anders te gebruiken dan als sociale huurwoning(en). b.. Aan de toestemming als bedoeld in lid a van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden verbinden omtrent de fasering van de omzetting en het te betalen bedrag aan de gemeente als gevolg van de meerwaarde van de onroerende zaak door deze omzetting. De meerwaarde, en daarmee het te betalen bedrag, zal worden vastgesteld door het verschil te nemen tussen de destijds in de koopovereenkomst vermelde koopprijs, geïndexeerd met de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde consumentenprijsindex alle huishoudens of met de indexering zoals vermeld in de koopovereenkomst, en de op het moment van toestemming door de gemeente gehanteerde grondprijzen voor soortgelijke functies c.q. bestemmingen. c.. Als koper in strijd handelt met het bepaalde onder lid a van dit artikel, is koper na ingebrekestelling aan de gemeente een direct opeisbare boete verschuldigd van tien procent (10 %) van de koopsom, onverminderd het recht van de gemeente om nakoming van deze verplichting te vorderen. d.. Deze bepaling geldt voor een periode van tien (10) jaar na datum van eerste notarieel transport. e.. Artikel 2.13 van de AVV 2013 (kettingbeding) is op het bepaalde in dit artikel van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel