Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.5

Dakkapel, dakopbouw of een gelijksoortige uitbreiding van een gebouw

Onderdeel van Afwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2013, 1e wijziging’

Artikel 2.7 Bor in samenhang met bijlage II, artikel 4 lid 4 Bor. Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan voor het uitbreiden van een hoofdgebouw, zijnde een woning of een wooneenheid met een dakkapel, dakopbouw of een gelijksoortige uitbreiding, mits: de uitbreiding stedenbouwkundig aanvaardbaar is; artikel 3.5 is niet van toepassing indien sprake is van een ondergeschikte dakkapel. Voor de beoordeling of van een ondergeschikte dakkapel sprake is, geldt de onderstaande uitleg. Dakkapellen kunnen in een bepaalde omvang invloed hebben op de goothoogte. Zolang dakkapellen een ondergeschikte toevoeging zijn aan het dakvlak, zal de bestaande goothoogte niet worden verhoogd. Dakkapellen kunnen echter van een zo grote omvang zijn – en dus niet meer ondergeschikt – dat feitelijk sprake is van een gootverhoging. Dakkapellen die binnen onderstaande maatvoeringseisen vallen worden aangemerkt als een ondergeschikte toevoeging aan het dakvlak. Een dakkapel die buiten deze maatvoeringseisen valt verhoogt de goothoogte. plaatsing en aantal dakkapel maatvoering dakkapel: plat afgedekte of aangekapte dakkapel vormgeving dakkapel De maatvoeringseisen zijn afgestemd op wat bij de sneltoetscriteria in de welstandsnota nog als dakkapel van ondergeschikte betekenis wordt aangemerkt. In de welstandsnota zijn grootte/ omvang van een dakkapel benoemd. plaatsing en aantal dakkapel: bij meerdere dakkapellen een tussenruimte van minimaal 1.00m; niet meer dan twee vergunningsplichtige dakkapellen per woning op het betreffende dakvlak per woning; maatvoering dakkapel: plat afgedekte dakkapellen: hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het achterdakvlak of een niet naar openbaar gebied toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak met een maximum van 1,75m gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim (zie afbeelding 1); hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het voordakvlak of een naar openbaar gebied toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak met een maximum van 1.50m gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim (zie afbeelding 1); breedte in totaal maximaal 50% van de breedte van het dakvlak gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de bovenzijde/dakrand van de dakkapel) (zie afbeelding 2); aangekapte dakkapellen: afstand tussen de voet van de dakkapel en de gootlijn van de dakkapel maximaal 1.50m, totale hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het achterdakvlak of een niet naar openbaar gebied toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak (zie afbeelding 3); breedte in totaal maximaal 50% van de breedte van het dakvlak gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de bovenzijde/nok van de dakkapel) (zie afbeelding 4); vormgeving dakkapel: -plat afgedekt of bij een dakhelling groter dan 45° desgewenst een aangekapte dakkapel met een minimale dakhelling van 25°;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel