Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.4

Bouwwerk, geen gebouw zijnde

Onderdeel van Afwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2013, 1e wijziging’

Artikel 2.7 Bor in samenhang met bijlage II, artikel 4 lid 3 Bor. Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan voor het uitbreiden van een hoofdgebouw, zijnde een woning of een wooneenheid met een bouwwerk, geen gebouw zijnde onder de voorwaarden dat: Een zwembad uitsluitend mag worden gesitueerd achter (het verlengde van) de achtergevel en op een afstand van minimaal 1.00m tot zowel de zijdelingse perceelsgrens als tot de achtergrens; Overkappingen op een kleinere afstand dan 3.00m van de voorgevel of voor de voorgevel mogen worden gebouwd, mits: de diepte van de overkapping niet meer bedraagt dan 1,50m; de breedte niet meer bedraagt dan maximaal 2/3 van de breedte van de gevel waaraan gebouwd wordt; de hoogte van de overkapping niet hoger dan 0,30m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en het hoofdgebouw; de overkapping niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. Overkapping op een kleinere afstand dan 3.00m van de voorgevel of voor de voorgevel mogen bij het bouwtype vrijstaand over de volle breedte van de oorspronkelijke voorgevel worden gebouwd, mits: de diepte van de overkapping niet meer bedraagt dan 1,50m; het hoofdgebouw met een erker wordt uitgebreid dan wel al met een erker is uitgebreid; de diepte van de voortuin dient minimaal 4.50m te bedragen; de hoogte van de overkapping niet hoger dan 0,30m boven de bovenkant van de scheidings-constructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en het hoofdgebouw; de overkapping niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. Voor pergola’s bij een woning geldt dat deze gebouwd mogen worden mits: de hoogte maximaal 3.00m is, en het oppervlak niet groter is dan 25m2; Een erfafscheiding hoogstens 2.00m mag zijn. Hierbij geldt dat erfafscheidingen die vóór de voorgevelrooilijn gebouwd worden niet hoger mogen zijn dan 1.00m. Van deze eis kan worden afgeweken indien er sprake is van een hoeksituatie. In een hoeksituatie kan tot 2.00m een erfafscheiding worden gebouwd die vanaf 1.00m een open constructie heeft, mits de verkeersveiligheid gewaarborgd wordt (bijvoorbeeld een erfafscheiding voorzien van een gaashekwerk). Per bouwperceel mag maximaal 1 vlaggenmast worden geplaatst, welke een hoogte van maximaal 6.00m mag hebben; In afwijking van artikel 3.4 lid e mogen bij een bouwperceel van een bedrijf maximaal 5 vlaggenmasten worden geplaatst, welke een hoogte van maximaal 8.00m mag hebben; Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen: een hoogte van maximaal 3.00m hebben en niet voor de voorgevelrooilijn zijn gesitueerd; Voor alle bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan voor minimaal 25m2 onbebouwd dienen te blijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel