Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Gebruik van het perceel

Onderdeel van Algemene Voorwaarden bij uitgifte in erfpacht van onroerende zaken 2013

Het is de erfpachter niet geoorloofd: het in erfpacht uitgegeven perceel te gebruiken in strijd met het overeengekomen gebruik en/of bestemming, zoals dat is vermeld in de Bijzondere Voorwaarden van de erfpachtovereenkomst. het gebruik en/of de bestemming van het in erfpacht uitgegeven perceel en van de eventueel daarop te bouwen (of reeds gebouwde) opstallen te wijzigen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente, welke toestemming voor bepaalde tijd of tot wederopzegging kan worden verleend. de bij de aanvang van zijn recht op het in erfpacht uitgegeven perceel grond aanwezige of later daarop gebouwde opstallen geheel of gedeeltelijk te slopen en/of het bouwvolume van de opstallen te wijzigen zónder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente, aan welke toestemming voorwaarden kunnen worden verbonden; op het in erfpacht uitgegeven perceel en in hetgeen daarop is en/of zal worden gebouwd, werkzaamheden te verrichten en/of een bedrijf uit te oefenen waarvan naar het oordeel van de gemeente gevaar, schade en/of hinder dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand of aantasting van (de hygiëne van) het milieu te duchten is; het in erfpacht uitgegeven perceel mede te gebruiken voor het plaatsen en/of aanbrengen en het hebben van voorwerpen waarvan -naar het oordeel van de gemeente- gevaar, schade of hinder dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand te duchten is.

Rechtspraak bij dit artikel