Wanneer het in erfpacht uitgegeven perceel wordt c.q. is aangewend ten behoeve van (de realisering van) woonruimte is de erfpachter ver¬plicht het in erfpacht uitgegeven perceel uitsluitend zelf (met zijn eventuele gezinsleden) te bewonen.
Het bepaalde in lid 1 vervalt, nadat de erfpachter¬ het in erfpacht uitgegeven perceel drie ach¬tereenvolgende jaren heeft bewoond, te rekenen vanaf de datum van inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie op het in lid 1 bedoelde perceel.
Indien het in erfpacht uitgegeven perceel binnen drie jaar, te rekenen vanaf de datum van inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie op het adres van het in erfpacht uitgegeven perceel, aan een derde wordt vervreemd is de erfpachter aan de gemeente een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd, te weten 50 % van de door de erfpachter gerealiseerde koopprijs.
Geen boete is verschuldigd, indien:
a het in erfpacht uitgegeven perceel wordt verkocht op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 174 boek 3 Burgerlijk Wetboek;
b het in erfpacht uitgegeven perceel wordt verkocht in verband met de executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers (artikel 268 boek 3 Burgerlijk Wetboek);
c de erfpachter schriftelijke toestemming van de gemeente heeft gekregen. De gemeente kan hieraan voorwaarden verbinden.
De toestemming zoals bedoeld in lid 4 sub c wordt in ieder geval verleend in geval van:
a verandering van werkkring van de erfpachter of diens levenspartner op grond waarvan redelijkerwijs verhuisd dient te worden;
b overlijden van de erfpachter of diens levenspartner;
c ontbinding van het huwelijk van de erfpachter door echtscheiding c.q. ontbinding van de duurzame samenleving of beëindiging van geregistreerd partnerschap;
d noodzakelijke verhuizing in verband met de gezondheid van de erfpachter en/of zijn levenspartner en/of van (één van) zijn gezinsleden.
erfpachter dient bovengenoemde omstandigheden ten genoegen van de gemeente aan te kunnen tonen.
Indien de erfpachter zich niet heeft ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres van het in erfpacht uitgegeven perceel, wordt aangenomen dat de erfpachter niet drie achtereenvolgende jaren op bedoeld adres heeft gewoond en dat de erfpachter, in geval van vervreemding, het in erfpacht uitgegeven perceel heeft vervreemd binnen drie jaar. De boete zoals vermeld in lid 3 is dan onverkort van toepassing.
Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op de erfpachter die met instemming van de gemeente voor derden bouwt, maar is wel van toepassing op degene (zijnde de derde) die van deze bouwer/erfpachter een recht van erfpacht verkrijgt.
Artikel 16
Verplichting tot zelfbewoning en boete
Onderdeel van Algemene Voorwaarden bij uitgifte in erfpacht van onroerende zaken 2013