Naar hoofdinhoud

Artikel 19

Verplichtingen van de erfpachter

Onderdeel van Algemene Voorwaarden bij uitgifte in erfpacht van onroerende zaken 2013

De erfpachter is verplicht: a de in erfpacht uitgegeven grond en de daarop aanwezige opstallen in zodanige staat te (brengen en/of te) houden dat deze de in de notariële akte aangegeven bestemming en het daarin vermelde gebruik op behoorlijke wijze kunnen dienen. Daartoe dient de erfpachter de in erfpacht uitgegeven grond en de eventueel daarop aanwezige opstallen in alle opzichten goed te onderhouden en de opstallen zo nodig tijdig te vernieuwen, indien zulks in verband met het onderhoud noodzakelijk is te achten; b overeenkomstig het bepaalde in artikel 96 boek 5 BW de gewone lasten en herstellingen te dragen. In afwijking van het bepaalde in artikel 96 boek 5 BW is de erfpachter zowel verplicht om de buitengewone lasten die op de in erfpacht uitgegeven onroerende zaak drukken te voldoen als om de buitengewone herstellingen daarvan te verrichten. De gemeente is tot het verrichten van gewone herstellingen, noch van buitengewone herstellingen verplicht; c tot gehele of gedeeltelijke herbouw van de opstallen over te gaan, indien deze door welke oorzaak ook geheel of gedeeltelijk zijn tenietgegaan en alle opstallen tegen brand en stormschade te verzekeren; De erfpachter is verplicht te gedogen dat al hetgeen ten behoeve van openbare voorzieningen in, op en/of boven het in erfpacht uitgegeven perceel door of namens de gemeente is aangebracht, door of namens de gemeente wordt onderhouden (herstellen en/of vernieuwen inbegrepen) en dat al hetgeen noodzakelijk is ten behoeve van openbare voorzieningen in, op en/of boven het in erfpacht uitgegeven perceel zal worden aangebracht en/of onderhouden. De erfpachter is tevens verplicht te gedogen dat al hetgeen ten behoeve van voorzieningen in, op en/of boven het in erfpacht uitgegeven perceel door of namens een derde is aangebracht, door of namens die derde wordt onderhouden (herstellen en/of vernieuwen inbegrepen) en dat al hetgeen noodzakelijk is ten behoeve van die voorzieningen in, op en/of boven het in erfpacht uitgegeven perceel zal worden aangebracht en/of onderhouden. De erfpachter is verplicht al hetgeen ingevolge lid 2 en 3 is aangebracht bevestigd te laten. Alle schade aan het eigendom van de erfpachter die een onmiddellijk gevolg is van het aanbrengen en/of onderhouden (herstellen en/of vernieuwen inbegrepen) door of namens de gemeente van de in lid 2 bedoelde zaken zal door of namens en voor rekening van de gemeente worden hersteld of -indien de erfpachter dat wenst- aan de erfpachter worden vergoed. De erfpachter is verplicht -voor zover in redelijkheid van hem gevergd kan worden- voor eigen rekening en risico die maatregelen te nemen ter voorkoming van schade aan de aanwezige zaken als omschreven in leden 2 en 3. De erfpachter is te allen tijde aansprakelijk voor alle schade die als gevolg van zijn toedoen en/of nalaten is ontstaan aan de in leden 2 en 3 bedoelde zaken, ook voor die zaken die eigendom zijn van derden. De erfpachter vrijwaart de gemeente tegen eventuele vorderingen inzake schadevergoeding van derden die mogelijkerwijs ook zaken in, op en/of boven het perceel in eigendom kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel