Het is de erfpachter niet geoorloofd het perceel te (laten) verontreinigen respectievelijk verontreinigd te laten na verontreiniging die tijdens de duur van het recht van erfpacht mocht zijn veroorzaakt.
De gemeente heeft te allen tijde het recht hierop controle uit te oefenen. De erfpachter is verplicht zijn medewerking daaraan te verlenen.
De erfpachter is bij niet- of niet-behoorlijke naleving van het in lid 1 vermelde een onmiddellijk opeisbare boete aan de gemeente verschuldigd ter grootte van 1 % van de jaarlijkse canon dan wel -indien de canon is afgekocht- ter grootte van 0,10 % van de afkoopsom voor iedere dag dat hij nalatig is.
De gemeente heeft in dat geval ook het recht om de erfpacht op te zeggen (conform het gestelde in artikel 87, tweede lid, van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek).
De erfpachter is tegenover de gemeente aansprakelijk voor alle schade die de gemeente ondervindt door niet of niet-behoorlijke naleving van deze bepaling.
Artikel 21
Verbod
Onderdeel van Algemene Voorwaarden bij uitgifte in erfpacht van onroerende zaken 2013