Naar hoofdinhoud
Tenzij in deze Algemene Voorwaarden en/of de Bijzondere Voorwaarden een andere (op een bepaalde situatie aangepaste) boeteregeling is getroffen, verbeurt de erfpachter bij elke niet of niet-behoorlijke nakoming c.q. overtreding van enige verplichting die hem ingevolge deze Algemene Voorwaarden en de Bijzondere Voorwaarden is opgelegd ná ingebrekestelling en ná verloop van de daarin gestelde termijn een door de gemeente op te leggen onmiddellijk opeisbare boete tot een maximum van tien maal het bedrag van de jaarlijks verschuldigde canon c.q. 10% van de afkoopsom. vorenstaande laat onverlet het recht van de gemeente om volledige schadevergoeding te vorderen van de erfpachter voor zover de geleden en/of te lijden schade de verbeurde boete overtreft. Indien de erfpachter de erfpachttermijnen door betaling van een afkoopsom als bedoeld in artikel 25 heeft voldaan, wordt voor de bepaling van de boete de canon gehanteerd die verschuldigd zou zijn als ware het een uitgifte in erfpacht waarbij met ingang van het jaar waarin de niet nakoming schriftelijk ter kennis is gebracht van de erfpachter de canon voor een periode van vijf jaar is vastgesteld, waarbij de waarde wordt vastgesteld door middel van een taxatie door een beëdigd taxateur. Naast het vorengestelde behoudt zowel de gemeente als de erfpachter zich het recht voor om bij niet nakoming van enige uit de erfpachtovereenkomst voortvloeiende verplichting in rechte nakoming te vorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel