1.. Tijdens het gesprek over de planning stellen de ambtenaar en de leidinggevende zo concreet mogelijk tenminste het volgende vast:

  • - de door de ambtenaar uit te voeren werkzaamheden en de resultaten die op grond hiervan van de ambtenaar worden verwacht, met inachtneming van de organisatiedoelen en het toepasselijke functieprofiel;
  • - de persoonlijke ontwikkeling die in het belang van de organisatie van de ambtenaar wordt verwacht, mede gelet op zijn loopbaan en mede gelet op de onderwerpen in hoofdstuk 17 ARG;
  • - de termijnen waarbinnen de onder a en b bedoelde resultaten en ontwikkeling behaald c.q. gerealiseerd dienen te zijn;
  • - de relevante voorwaarden met betrekking tot de onderdelen a tot en met c;
  • - de frequentie van de gesprekken over de voortgang;
  • - de betrokkenheid van referenten bij de voortgang en de beoordeling;
  • - de maand waarin het gesprek over de beoordeling plaatsvindt.

2.. De uitkomsten van het gesprek over de planning worden vastgelegd in het gespreksverslag.