1. De in verband met een dienstreis buiten de standplaats noodzakelijk gemaakte kosten voor maaltijden en voor kleine uitgaven overdag worden vergoed.
2. Geen aanspraak op vergoeding wegens verblijfkosten bestaat voor een dienstreis korter dan vier uur en voor een dienstreis binnen de standplaats.
3. Voor het berekenen van de vergoeding wegens verblijfkosten als bedoeld in het eerste lid indien de dienstreis tenminste vier uur duurt gelden de bepalingen van de Reisregeling Binnenland.
4. De aanspraak op de vergoedingen wegens verblijfkosten bestaat slechts indien voor het verkrijgen van de respectievelijke verstrekkingen kosten zijn gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid.
5. De uit te keren bedragen voor verblijfkosten worden berekend overeenkomstig het derde en vierde lid, met dien verstande dat de lunchcomponent respectievelijk de dinercomponent slechts worden toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat de tijd tussen 12.00 en 14.00 respectievelijk tussen 18.00 uur en 21.00 uur geheel in de dienstreis valt.