1. Wegens reiskosten per openbaar vervoer worden vergoed de kosten van het openbaar vervoer die in verband met de dienstreis blijkens overgelegde bewijsstukken zijn gemaakt.
2. Indien de betrokkene voor de dienstreis gebruik maakt van een niet van gemeentewege
verstrekt abonnement wordt, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, voor vergoeding wegens reiskosten uitgegaan van de kosten zonder gebruikmaking van het abonnement. De vergoeding wordt aan de betrokkene toegekend voor zover daarmee, de voor hem ten laste blijvende kosten niet worden overschreden. Voor het bepalen van de voor de betrokkene ten laste blijvende kosten wordt rekening gehouden met:
- eventuele tegemoetkomingen die krachtens de bepalingen van Hoofdstuk 18 van de CAR/UWO dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling over de periode van geldigheid van het abonnement aan betrokkene zijn verstrekt;
- eventuele reeds aan betrokkene verstrekte reiskostenvergoedingen voor andere dienstreizen, waarbij gebruik is gemaakt van het abonnement.