1. Indien de dienstreis naar het oordeel van de direct leidinggevende niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, kan het bevoegd gezag aan de betrokkene toestemming verlenen voor de dienstreis gebruik te maken van een eigen motorvoertuig of bromfiets.
2. De vergoeding voor het gebruik van een eigen motorvoertuig als bedoeld in lid 1 bedraagt, als gevolg van het salderen van de woon-werk – en dienstreiskilometers,
€ 0,28 netto per afgelegde kilometer.
3. Voor het berekenen van de vergoeding voor het gebruik van een eigen bromfiets als bedoeld in lid 1 gelden de bepalingen van de Reisregeling Binnenland.