**1..** Het diensthoofd kan organisatiefase 2 afkondigen als de voorgenomen reorganisatie daartoe aanleiding geeft. Hiervan is in ieder geval sprake als de reorganisatie naar verwachting leidt tot aanwijzing van een of meer re-integratiekandidaten als bedoeld in artikel 6.2.
**2..** Toepassing van het eerste lid vindt plaats aan de hand van een plan van aanpak dat ten minste inzicht geeft in, voor zover van toepassing:
de reden voor de reorganisatie;
het organisatorische bereik van de reorganisatie;
belangrijke beleidsmatige, financiële en rechtspositionele aspecten van de reorganisatie;
de planning van informatie- en overlegmomenten met het betrokken medezeggenschapsorgaan en het betrokken personeel;
de organisatiestructuur en formatie van de oude en nieuwe organisatie, inclusief functiewaarderingsresultaten en een overzicht van ongewijzigde respectievelijk opgeheven functies;
het al dan niet instellen van een plaatsingsadviescommissie;
het al dan niet houden van een belangstellingsregistratie;
de fasering van en de inrichting van de procedure met betrekking tot plaatsing van betrokken ambtenaren, met inbegrip van de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan artikel 5.3;
het tijdstip waarop de reorganisatie wordt geëvalueerd.
**3..** Als op onderdelen nog geen volledig inzicht kan worden gegeven, geeft het diensthoofd aan wanneer het inzicht naar verwachting kan worden gegeven.
**4..** Als de reorganisatie niet ingrijpend van aard is, kan het diensthoofd in overleg met het betrokken medezeggenschapsorgaan volstaan met een plan van aanpak op hoofdlijnen. Een reorganisatie is in ieder geval ingrijpend van aard als deze leidt tot aanwijzing van een of meer re-integratiekandidaten als bedoeld in paragraaf 6.
**5..** Het diensthoofd legt het voornemen tot toepassing van het eerste lid, met inbegrip van het plan van aanpak, voor advies voor aan het betrokken medezeggenschapsorgaan.
**6..** Het diensthoofd meldt de toepassing van het eerste lid aan het betrokken personeel, het betrokken medezeggenschapsorgaan en de commissie voor georganiseerd overleg.
Afkondiging van organisatiefase 2, het klassieke reorganisatiemodel (voornemen, plan van aanpak, organisatie- en formatieplan, plaatsingsprocedure, eventuele re-integratiefase) is niet gebonden aan vooraf bepaalde situaties. Het kan aan de orde zijn als het via organisatiefase 1 niet is gelukt om de personele knelpunten op te lossen en aanwijzing van re-integratiekandidaten onvermijdelijk is. Afkondiging van organisatiefase 2 kan ook plaatsvinden zonder dat organisatiefase 1 daaraan voorafgaat. Bijvoorbeeld bij urgentie of als de situatie zich niet leent om personele knelpunten via de weg van geleidelijkheid op te lossen.
Organisatiefase 2 hoeft niet noodzakelijkerwijs te leiden tot aanwijzing van re-integratiekandidaten; de fase kan eindigen met een plaatsingsprocedure.
Als afkondiging van organisatiefase 2 aan de orde is, is een plan van aanpak vereist. Het artikel geeft, mede gelet op de WOR-praktijk, de verplichte elementen van het plan van aanpak aan. De term “plan van aanpak” wordt in overkoepelende zin gebruikt. Het kan bijvoorbeeld zijn gesplitst – ook in de tijd – in een globaal plan van aanpak, een organisatieplan, een formatieplan, enzovoorts, of juist in één document en tijdstip zijn gebundeld, al dan niet samenvallend met het eerdergenoemde voornemen tot reorganisatie. Een en ander is afhankelijk van de situatie en het overleg met de medezeggenschap.
Als de reorganisatie niet ingrijpend is kan worden volstaan met een tot hoofdlijnen beperkt plan van aanpak, ook wel aangeduid als een “lichte” reorganisatie. Of een reorganisatie al dan niet ingrijpend is, is onderwerp van overleg tussen het diensthoofd en het betrokken medezeggenschapsorgaan. Van een “lichte” reorganisatie is in ieder geval geen sprake als een re-integratiefase ervan deel uitmaakt.
Het voornemen tot afkondiging van organisatiefase 2, met inbegrip van het plan van aanpak, is altijd adviesplichtig (artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden).
Het artikel regelt verder de informatieverstrekking over de uiteindelijke besluitvorming aan het personeel, de commissie voor georganiseerd overleg en de (C)OR.
Paragraaf 4
Artikel 4.1
Plan van aanpak
Onderdeel van Sociaal beleidskader Den Haag 2011 (m.i.v. 1 januari 2014) en wijzigingsbesluit SBK per 1 januari 2014