**1..** Het diensthoofd spant zich in om de ambtenaar wiens functie is opgeheven en de ambtenaar die door toepassing van artikel 5.3 geen ongewijzigde functie blijft vervullen, te plaatsen in de nieuwe organisatie op basis van beschikbaarheid van vacante functies en geschiktheid voor de functie.
**2..** Het diensthoofd kan de ambtenaar die een ongewijzigde functie vervult in de nieuwe organisatie in de gelegenheid stellen om belangstelling kenbaar te maken voor een andere, vacante functie in de nieuwe organisatie.
**3..** Als er voor een vacante functie in de nieuwe organisatie meerdere geschikte kandidaten als bedoeld in dit artikel zijn, kan het diensthoofd de naar zijn oordeel meeste geschikte kandidaat plaatsen, met dien verstande dat ambtenaren als bedoeld in het eerste lid in dat geval voorrang hebben boven ambtenaren als bedoeld in het tweede lid.
**4..** Het diensthoofd draagt zorg voor voldoende begeleiding van de ambtenaar die met toepassing van dit artikel is geplaatst in een functie.
1e lid: medewerkers van wie de functie is opgeheven of die vanwege boventalligheid niet zijn geplaatst, komen gedurende het plaatsingsproces in aanmerking voor plaatsing in een andere, nog vacante functie in de nieuwe organisatie voor zover mogelijk. In deze fase geldt nog niet de volgorde voor vervulling van vacatures zoals vervat in artikel 10.1 De mogelijkheid van plaatsing wordt beoordeeld aan de hand van eventuele geschiktheid voor een functie zoals gedefinieerd in de begripsbepalingen.
2e en 3e lid: medewerkers die al zijn geplaatst op basis van “mens volgt functie”, kunnen opteren voor een andere, nog vacante functie in de nieuwe organisatie. Zij komen pas voor selectie in aanmerking nadat is gebleken dat geen van de ambtenaren die hun functie hebben verloren vanwege opheffing of boventalligheid geplaatst kunnen worden in de desbetreffende functie, dit ter waarborging van de vooruitzichten voor diegenen die onvrijwillig functieloos zijn. Dit laat onverlet dat een zorgvuldig plaatsingsproces ertoe kan leiden dat enerzijds baanzekerheid wordt geboden aan diegenen die boventallig zijn, en anderzijds de bezetting van het gereorganiseerde organisatieonderdeel optimaal wordt ingevuld.
Op plaatsing in een andere functie is artikel 15:1:10 van de ARG van toepassing. Reguliere aanspraken bij overplaatsing, zoals vervat in de ARG en andere gemeentelijke regelingen, zijn vanzelfsprekend geldend en worden hier niet herhaald. Het betreft bijvoorbeeld de garantie op behoud van de salarisschaal en salaris (art. 2:6 van de Beloningsregeling) en de wijze van afbouw van toelagen bij overgang naar een functie zonder toelagen (Afbouwregeling).
Plaatsing (en niet-plaatsing) zijn besluiten waarop de Awb en de gemeentelijke Regeling personeelsbesluiten van toepassing zijn.
4e lid: dit lid benadrukt de noodzaak van voldoende begeleiding van medewerkers die een andere functie gaan vervullen, in het kader van goed personeelsbeleid. Gedacht kan worden aan een inwerkplan en aan periodieke voortgangsgesprekken.
Paragraaf 5
Artikel 5.5
Plaatsing in de nieuwe organisatie
Onderdeel van Sociaal beleidskader Den Haag 2011 (m.i.v. 1 januari 2014) en wijzigingsbesluit SBK per 1 januari 2014