**1..** Plaatsing en niet-plaatsing op basis van deze paragraaf vinden plaats aan de hand van een door het diensthoofd vastgesteld plaatsingsplan.
**2..** Het diensthoofd kan zich bij het vaststellen van het plaatsingsplan laten bijstaan door een plaatsingadviescommissie. De commissie bestaat uit ten minste:
een voorzitter die niet werkzaam is bij een onder het diensthoofd ressorterend dienstonderdeel,
een personeelsfunctionaris van de betrokken dienst, aan te wijzen door het diensthoofd en
een lid, aan te wijzen door het diensthoofd op voordracht van het betrokken medezeggenschapsorgaan.
Voor elk lid kan een plaatsvervanger worden benoemd. De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijke secretaris. Het diensthoofd regelt de werkwijze van de commissie. Het diensthoofd verschaft desgevraagd alle verlangde inlichtingen aan de commissie. De commissie kan betrokken ambtenaren horen. De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar. Het advies van de commissie heeft een zwaarwegend karakter.
**3..** Het diensthoofd kan ten behoeve van het vaststellen van het plaatsingsplan een belangstellingsregistratie houden onder het betrokken personeel. Het diensthoofd regelt de organisatie van de belangstellingsregistratie.
**4..** Voordat het plaatsingsplan wordt vastgesteld en uitgevoerd, legt het diensthoofd het concept daarvan gedurende twee weken ter inzage. Het diensthoofd informeert het betrokken medezeggenschapsorgaan en elke betrokken ambtenaar voorafgaand schriftelijk over de terinzagelegging.
**5..** Een ambtenaar op wie het concept plaatsingsplan betrekking heeft, kan zijn zienswijze met betrekking tot zijn positie naar voren brengen. De gemeentelijke regeling met betrekking tot de totstandkoming van personeelsbesluiten is van overeenkomstige toepassing.
**6..** Het diensthoofd legt de naar voren gebrachte zienswijzen ter advisering voor aan de adviescommissie, bedoeld in paragraaf 9.
**7..** Het diensthoofd stelt het plaatsingsplan vast na ontvangst van de adviezen van de adviescommissie. Het diensthoofd stelt het betrokken personeel in kennis van het plaatsingsplan en stuurt een afschrift aan het betrokken medezeggenschapsorgaan.
Het plaatsingsplan geeft inzicht in de bezetting van het gereorganiseerde dienstonderdeel. Het is gericht op individuele medewerkers. Bij een eenvoudige reorganisatie kan het plaatsingsplan onderdeel uitmaken van het voornemen tot reorganisatie en/of het plan van aanpak.
Het diensthoofd kan zich laten assisteren door een plaatsingadviescommissie (PAC). Het artikel regelt de samenstelling daarvan. Het advies heeft een zwaarwegend karakter. Ook optioneel is het houden van een belangstellingsregistratie. Het ligt voor de hand dat in het plan van aanpak voor de reorganisatie wordt aangegeven of hieraan wel of niet toepassing wordt gegeven.
Medewerkers kunnen voorafgaand op het concept plaatsingsplan reageren, voor zover het de eigen positie betreft. Voor de wijze waarop dit plaatsvindt, wordt aangesloten bij de Regeling personeelsbesluiten van Den Haag, waarin onder meer de reageertermijn is aangegeven. Hierbij is een rol weggelegd voor de Adviescommissie reorganisatie (paragraaf 9). De adviezen van de Adviescommissie reorganisatie zijn niet bindend.
Het artikel regelt verder dat het betrokken medezeggenschapsorgaan in kennis wordt gesteld van het plaatsingsplan. Dit stelt de (C)OR in staat het proces te volgen.
Paragraaf 5
Artikel 5.6
Plaatsingsplan
Onderdeel van Sociaal beleidskader Den Haag 2011 (m.i.v. 1 januari 2014) en wijzigingsbesluit SBK per 1 januari 2014