**1..** Het diensthoofd schort de re-integratiefase op nadat de re-integratiekandidaat gedurende een onafgebroken periode van vier weken volledig arbeidsongeschikt is, waarbij de opschorting terugwerkt tot de eerste ziektedag. In geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid gedurende een onafgebroken periode van vier weken beslist het diensthoofd na het inwinnen van deskundig advies over de toepassing van de eerste volzin. Opschorting kan eenmalig plaatsvinden. [artikel gewijzigd m.i.v. 1 januari 2014. Zie de toelichting in het toegevoegde wijzigngsbesluit]]
1e lid: re-integratie vindt plaats aan de hand van het re-integratieplan. Het opstellen daarvan neemt normaliter enige tijd in beslag. Redelijkerwijs hoort dit tijdsbeslag niet ten laste van de duur van de re-integratiefase te komen. Daarom bepaalt dit artikellid dat de re-integratiefase later aanvangt als het re-integratieplan nog niet gereed is bij aanwijzing van de re-integratiekandidaat. Het diensthoofd en het mobiliteitsbureau kunnen hierop anticiperen door het voorbereidende werk ten behoeve van het re-integratieplan tijdig te verrichten. De re-integratiefase vangt hoe dan ook uiterlijk vier weken na de verzending of overhandiging van het ontslagbesluit aan.
2e lid: in het voorgaande sociaal beleidskader was de bemiddelingstermijn gesteld op maximaal 18 maanden. In de onderhavige regeling wordt aangesloten op hoofdstuk10d van de ARG met een maximale re integratiefase van 15 maanden. Als reorganisatiefase 1 van kracht is, is de beschikbare termijn waarbinnen naar ander werk gezocht wordt of kan worden langer. Als reorganisatiefase 1 niet is voorafgegaan aan de aanwijzing van re-integratiekandidaten, is er aanleiding om de re-integratiefase op te rekken. Dit artikellid bepaalt dat in de in artikel 10d:5, vijfde lid, genoemde gevallen de re-integratiefase dan met drie maanden wordt uitgebreid.
3e lid: hoofdstuk 10d van de ARG regelt niet wat de consequentie is van langdurige ziekte voor de re-integratiefase. Dit artikellid voorziet erin dat arbeidsongeschiktheid van de re-integratiekandidaat kan leiden tot opschorting van de re-integratiefase. Er moet sprake zijn van een onafgebroken periode van ten minste vier weken arbeidsongeschiktheid in de zin van de ARG. In dat geval werkt de opschorting terug tot de eerste ziektedag. Als sprake is van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid moet worden bepaald in hoeverre de (mate van) arbeidsongeschiktheid van invloed is op de re-integratieinspanningen. De bedrijfsarts is de eerst aangewezen deskundige ter zake. Een keten van periodes van arbeidsongeschiktheid leidt niet tot herhaalde opschorting; de opschorting is eenmalig. Bij herstel van de re-integratiekandidaat eindigt de opschorting.
Paragraaf 6
Artikel 6.5
Re-integratiefase
Onderdeel van Sociaal beleidskader Den Haag 2011 (m.i.v. 1 januari 2014) en wijzigingsbesluit SBK per 1 januari 2014