Naar hoofdinhoud
De ambtenaar, bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder a, van de ARG die is aangesteld: in tijdelijke dienst voor de vervulling van de functie bij wijze van proef; in tijdelijke dienst als trainee met toepassing van de gemeentelijke regels met betrekking tot de rechtspositie van trainees, wordt voor de resterende duur van diens aanstelling in tijdelijke dienst aangemerkt als een ambtenaar als bedoeld in artikel 1.1, onder b. De aanspraken van de ambtenaar ingevolge de eerste volzin eindigen op de datum waarop diens aanstelling in tijdelijke dienst van rechtswege eindigt en geen aansluitende aanstelling in vaste dienst volgt. De voorgaande paragrafen hebben betrekking op het personeel in vaste dienst. Vanwege gewekte verwachtingen ten aanzien van (1) personeel dat in tijdelijke dienst is aangesteld om te beoordelen of een vaste aanstelling in de rede ligt en (2) trainees, ligt het in de rede om deze groepen zoveel mogelijk gelijk te behandelen. Daarom wordt in dit artikel het toepassingsbereik van de regeling ten behoeve van deze groep uitgebreid. Dit houdt in dat de bepalingen over de plaatsingsprocedure bij reorganisatie en vrijwillige mobiliteit ook betrekking hebben op deze categorieën tijdelijk personeel. Gelet op het tijdelijke karakter van de aanstelling zal in de regel niet zijn voldaan aan de ondergrens (dienstverband van ten minste twee jaar) om in aanmerking te komen voor een re-integratiefase. De aanspraken van deze groepen tijdelijk personeel eindigen daarom op de vastgelegde einddatum van de tijdelijke aanstelling. Een eventuele re-integratiefase duurt niet voort na de einddatum van de tijdelijke aanstelling. Voor de aanstelling in tijdelijke dienst “bij wijze van proef” geldt voorts dat opheffing van de vervulde functie of de aanmerking als boventallige medewerker een valide reden is om geen aanstelling in vaste dienst te verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel