1. Inventarisgoederen kunnen worden verstrekt tot de omvang en de aantallen als door het hoofd van dienst nodig wordt geacht.
2. De verstrekte inventarisgoederen blijven het eigendom van de gemeente. Zij moeten telkens na het beëindigen van het werk, waarvoor zij zijn verstrekt, worden ingeleverd voor zover hieraan, gezien de toestand waarin de goederen verkeren, nog behoefte bestaat.
3. In bijzondere gevallen, te beoordelen door het hoofd van dienst, kan de beschikbaarstelling van inventarisgoed geschieden in de vorm van individuele verstrekking.
4. Schoenen en laarzen kunnen als inventarisgoederen worden verstrekt tot de omvang en de aantallen als door het college van burgemeester en wethouders nodig wordt geoordeeld.