Naar hoofdinhoud
1.. Het bevoegd gezag stelt na ontvangst van de mededeling over de melding onverwijld een onderzoek in. 2.. Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoede misstand. 3.. Het bevoegd gezag zendt aan de melder dan wel de vertrouwenspersoon die een vermoeden van een misstand heeft gemeld, een ontvangstbevestiging. In het laatste geval stuurt de vertrouwenspersoon de ontvangstbevestiging door aan de melder. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en het moment waarop de melder het vermoeden heeft gemeld. 4.. Het bevoegd gezag informeert de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad. 5.. Het bevoegd gezag informeert de burgemeester, tenzij de melding gericht is tegen de burgemeester en daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad. 6.. Het bevoegd gezag beveiligt informatie met een vertrouwelijk karakter tegen kennisneming door onbevoegden. 7.. Het bevoegd gezag kan een deskundige raadplegen.

Rechtspraak bij dit artikel