Naar hoofdinhoud
1.. Het bevoegd gezag stelt de melder, de vertrouwenspersoon of de entiteit bij wie de melder melding heeft gedaan binnen tien weken na ontvangst van de melding schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. 2.. Indien niet binnen tien weken uitvoering kan worden gegeven aan het eerste lid wordt de melder, leidinggevende of vertrouwenspersoon bij wie de melder melding heeft gedaan voordat deze termijn is verlopen daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Het bevoegd gezag kan het advies met ten hoogste vier weken verdagen.

Rechtspraak bij dit artikel