Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.3.2

Welstandsregime

Onderdeel van Welstandsnota 2013

Handhaven - hierbij gaat het om de intentie om het bestaande ruimtelijk beeld als zodanig zoveel mogelijk te handhaven en als uitgangspunt te hanteren voor verdere ontwikkelingen. Gebied 1; Dr. Larijweg, Boerpad Gebiedsbeschrijving De Dr. Larijweg en het Boerpad vormen samen een bebouwingslint in een laagveenontginning. In feite maakt het deel uit van het dubbellint met de Wolddijk en het Haakswold dat als een ruimtelijk/functionele eenheid is te beschouwen. Haaks op de dekzandruggen, waarlangs zich de bebouwing ontwikkelde, werd met de veenontginning begonnen. De afwateringssloten lagen relatief dichtbij elkaar. Doordat de percelen voortdurend werden verlengd, ontstonden de zo kenmerkende maatverhoudingen; smal, maar zeer lang. Oorspronkelijk werden de percelen gescheiden door houtwallen. Dit oorspronkelijke slagenlandschap is nog herkenbaar. Opvallend is de voornamelijk eenzijdige bebouwing aan de noordzijde. Op een enkele plaats kan worden gesproken van een lichte verdichting in het bebouwingslint. De openheid met doorzichten naar de opstrekkende verkaveling is ook dan duidelijk aanwezig. Het bebouwingsbeeld wordt voornamelijk gevormd door boerderijen met de nodige bijgebouwen. Het merendeel van de bebouwing staat met de nok haaks op de wegas geprojecteerd. Het woonhuis of voorhuis is aan de straatzijde gesitueerd. De grote, met bomen ingeplante percelen zijn zeer kenmerkend. De hoofdgebouwen kenmerken zich voornamelijk door een eenvoudig, op een rechthoekige plattegrond gebaseerd, volume, bestaande uit één bouwlaag met een kap. De gevels zijn verticaal geleed en eenvoudig gedetailleerd. Een enkele keer komt een voor de streek karakteristiek aangebouwd woonhuis voor, oorspronkelijk bedoeld voor inwoning door de oudere generatie; de zogenaamde “opahuisjes”. Bijgebouwen komen zowel naast als achter het hoofdgebouw voor, maar liggen altijd terug ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Gevels van de hoofdgebouwen zijn voornamelijk in roodbruine tot beige-bruine baksteen uitgevoerd, de daken bestaan overwegend uit riet. Veel panden komen voor op de rietdakenlijst. Soms komt hout voor aan de gevels van het achterhuis. De gevels van bijgebouwen zijn veelal van donker gekleurd hout, de dakbedekking bestaat uit pannen en/of riet. Bijzonderheid is het voorkomen van veel klokgevels. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het gebied is van een dusdanige waarde dat het beleid gericht zal zijn op handhaving van de waardevolle kenmerken die het gebied bezit. Nieuwe ontwikkelingen zullen met zorg ingepast moeten worden voorzover deze zijn toegestaan. Voor informatie over erfbeplanting wordt verwezen naar stichting Het Drentse Landschap en de BOKD. Welstandscriteria Ligging - Nokrichting (bedrijfsdeel) haaks op de weg of evenwijdig aan de landschapsrichting - Indien nokrichting evenwijdig aan de weg van het woongedeelte dan handhaven bij vernieuwing - Wisselende rooilijn, bij vernieuwing bij voorkeur de bestaande rooilijn aanhouden - Bijgebouwen ondergeschikt qua positie Massa en vorm - Rechthoekige grondvorm of samengesteld uit rechthoekige grondvormen - Bij voorkeur één bouwlaag met een kap - Individuele uitstraling per pand - Bijgebouwen ondergeschikt in massa Gevelopbouw - Gesloten verticaal gelede gevelopbouw - Respect voor bijzondere gevelvormen bij nieuwbouw Detaillering - Fijnschalige sobere detaillering - Harmoniëren met stijl omliggende bebouwing - Dakkapellen bij boerderijen bij voorkeur alleen op woongedeelte - Geen reclame-uitingen aan de gevels Materiaal en kleurgebruik - Gemetselde roodbruine gevels of donkere houten geveldelen in bedrijfsgedeelte - Dakbedekking: riet, niet-glanzende donkere pannen of een combinatie beide - Platendaken op hoofdgebouw niet toegestaan - Bijgebouwen en bedrijfsgedeelte ondergeschikt in materiaalgebruik; - Herkenbaar verschil tussen woon- en bedrijfsgedeelte handhaven - Nieuwbouw in afwijkende stijl dient ondergeschikt van kleur te zijn Gebied 2; Haakswold Gebiedsbeschrijving Haakswold behoort tot hetzelfde laagveen-ontginningsgebied als de Dr. Larijweg en het Boerpad. De tweezijdige bebouwing langs het Haakswold is op onregelmatige afstanden van elkaar gesitueerd. De open structuur biedt veel doorzicht op het (voormalige) slagenlandschap. Het bebouwingsbeeld langs het Haakswold bestaat voornamelijk uit negentiendeeeuwse boerderijen met bijgebouwen en schuren. De forse bouwvolumes staan op ruime kavels. De voortuinen lopen over in de kavelsloot die de overgang vormt tussen openbaar en privé. De oorspronkelijke bijgebouwen zijn vooral door hun positie veelal ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Het hoofdgebouw bestaat uit een samengesteld bouwvolume; een bedrijfsgedeelte met de nok haaks op de weg-as met daarvoor, aan de straatzijde, een dwarsgeplaatst woonhuis met schilddak. Van het bedrijfsgedeelte is het zadeldak beelddominant. De zijgevels zijn relatief laag en voorzien van kleine gevelelementen in een sterk ritme. De gevels zijn opgetrokken uit roodbruine of beige-bruine baksteen. Het dak bestaat veelal uit riet al of niet in combinatie met (ongeglazuurde) pannen. Het woonhuis heeft veelal een voorname uitstraling. Opvallend is het bijgebouw bij Haakswold nummer 8/10 in een excentrieke Chinese stijl. De gevels van de woonhuizen zijn verticaal geleed, symmetrisch van opbouw met een middenpartij waarin de (terugliggende) voordeur. Belangrijk is de vaak rijke detaillering, soms klassiek, een enkele keer met “Jugendstil” invloeden. Ook het opgetilde vloerpijl draagt bij aan het statige karakter. De woonhuisgevels zijn gemetseld in roodbruine of beige-bruine baksteen, voorzien van bijvoorbeeld licht gekleurde horizontale banden, sluitstenen en lijsten. Op het dak liggen (geglazuurde) pannen. De bijgebouwen zijn of in metselwerk of in een donker gekleurd afwijkend materiaal uitgevoerd. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid zal gericht zijn op het conserveren van de waardevolle kenmerken van het gebied. Nieuwe ontwikkelingen zullen niet zijn toegestaan en aanvullingen of wijzigingen in de bestaande bebouwing zullen vanuit de bestaande waarden moeten geschieden. Voor informatie over erfbeplanting wordt verwezen naar stichting Het Drentse Landschap en de BOKD. Welstandscriteria Ligging - Nokrichting (bedrijfs)gedeelte haaks op de weg of evenwijdig aan de landschapsrichting - Indien nokrichting van het woongedeelte evenwijdig aan de weg dan handhaven bij vernieuwing - Bijgebouwen ondergeschikt in positie Massa en vorm - Rechthoekige grondvorm of samengesteld uit rechthoekige grondvormen - Bij voorkeur één bouwlaag met kap Gevelopbouw - Gesloten verticaal gelede gevelopbouw Detaillering - Eenvoudige fijnschalige detaillering - Rijkere detaillering bij woongedeelten Haakswold - Geen reclame-uitingen aan de gevel Materiaal en kleurgebruik - Gemetselde roodbruine gevels eventueel in combinatie met donkere houten geveldelen in het bedrijfsgedeelte - Dakbedekking: riet, donkere pannen of een combinatie van beide - Bijgebouwen en bedrijfsgedeelte ondergeschikt in kleur- en materiaalgebruik; - Herkenbaar verschil tussen woon- en bedrijfsgedeelte handhaven Gebied 3; Veenontginningslint Gebiedsbeschrijving De Wolddijk behoort tot hetzelfde laagveenontginningsgebied als de Dr. Larijweg en het Boerpad. Tussen Ruinerwold en Oosteinde ligt de bebouwing aan weerszijden van de weg, richting Ruinen komt de bebouwing vrijwel alleen maar aan de zuidzijde voor. De open structuur biedt veel doorzicht op het (voormalige) slagenlandschap. Het bebouwingsbeeld bestaat voornamelijk uit negentiende-eeuwse boerderijen met bijgebouwen en schuren. De boerderijen staan op ruime kavels. De oorspronkelijke bijgebouwen zijn vooral door hun positie veelal ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Nieuwe bijgebouwen, zoals ligboxenstallen, hebben een groot oppervlak en hebben een behoorlijke impact op het beeld. Het hoofdgebouw bestaat uit een rechthoekige plattegrond; met daarin het woon- en bedrijfsgedeelte met de nok haaks op de weg-as. De zijgevels zijn relatief laag en voorzien van kleine gevelelementen in een sterk ritme. De gevels zijn verticaal geleed en eenvoudig gedetailleerd. De zogenaamde “opahuisjes” komen op bepaalde plekken voor. De gevels zijn voornamelijk in roodbruine tot beige-bruine baksteen uitgevoerd, de daken bestaan uit pannen of riet. Soms komt hout voor aan de gevels van het achterhuis. Over het algemeen kent de bebouwing één bouwlaag met een (forse) kap. Een bijzonderheid is het voorkomen van veel kenmerkende klokgevels. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid zal gericht zijn op het conserveren van de waardevolle kenmerken van het gebied. Nieuwe ontwikkelingen zullen niet zijn toegestaan en aanvullingen of wijzigingen in de bestaande bebouwing zullen vanuit de bestaande waarden moeten geschieden. Voor informatie over erfbeplanting wordt verwezen naar stichting Het Drentse Landschap en de BOKD. Welstandscriteria Ligging - Nokrichting (bedrijfs)gedeelte haaks op de weg of evenwijdig aan de landschapsrichting - Bijgebouwen ondergeschikt in positie Massa en vorm - Rechthoekige grondvorm of samengesteld uit rechthoekige grondvormen - Bij voorkeur één bouwlaag met kap Gevelopbouw - Gesloten verticaal gelede gevelopbouw Detaillering - Eenvoudige fijnschalige detaillering - Geen reclame-uitingen aan de gevel Materiaal en kleurgebruik - Gemetselde roodbruine gevels eventueel in combinatie met donkere houten geveldelen in het bedrijfsgedeelte - Dakbedekking: riet of donkere dakpannen of een combinatie van beide - Bijgebouwen en bedrijfsgedeelte ondergeschikt in kleur- en materiaalgebruik - Herkenbaar verschil tussen woon- en bedrijfsgedeelte handhaven Gebied 4; Beschermd dorpsgezicht Echten Gebiedsbeschrijving Het beschermde dorpsgezicht Echten is in 1967 als zodanig aangewezen vanwege de historische bebouwingsvorm en de karakteristieke bebouwing die in Echten goed bewaard zijn gebleven. Bij de ontwikkeling van Echten en geheel Zuid-Drenthe heeft het “Huize Echten” een belangrijke rol gespeeld. Het Huis te Echten wordt in een apart welstandsgebied belicht. Evenals de havezate, is het aangrenzende agrarische dorp Echten van hoge ouderdom. Het dorp is een typisch esdorp, die op de zandgronden veel voorkomen. Bij de esdorpen is de bebouwing praktisch geheel in het eigenlijke dorp geconcentreerd. Het dorp bestaat in zijn oorspronkelijke vorm min of meer uit een losse groep van boerderijen, die schijnbaar willekeurig ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. Het dorp en de havezate “Huize Echten” liggen op de overgang van hogere zandgronden naar het lagergelegen stroomdal van de Echtenerstroom, juist op de grens van overwegend droog naar overwegend nat. De boerderijen liggen aan de (zand)wegen met het werkgedeelte van de boerderij gekeerd naar de weg. De erven rond de boerderijen zijn ruim. Langs de erven wordt veel opgaand geboomte aangetroffen, voornamelijk eiken. De oude boerderijen in Echten worden getypeerd als Saksische boerderijen met de baanderdeur aan de achterzijde. Deze boerderijen dateren uit de achttiende en negentiende eeuw. Karakteristiek zijn tevens de oude bijgebouwen, zoals de verschillende nog aanwezige schaapskooien, turfhokken en bijenstallen. De bebouwing kent één bouwlaag met een forse kap en is gebouwd van lichtbruine tot roodbruine steen of hout. Rieten daken en pannendaken zijn in een donkere kleur uitgevoerd. De stijl is traditioneel en het gevelbeeld is gesloten en verticaal geleed. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid is volledig gericht op het instandhouden van de bijzondere kenmerken van het esdorp in combinatie met het landgoed rond het “Huize Echten”. De waarde van het dorp wordt als zeer hoog aangemerkt. Veranderingen worden slechts in enkele gevallen toegestaan. De aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht beschermt de bebouwing tegen grote wijzigingen. Nieuwe ontwikkelingen worden buiten het gebied van het beschermd dorpsgezicht geplaatst. Hier is een kleine woonuitbreiding gerealiseerd. Voor informatie over erfbeplanting wordt verwezen naar stichting Het Drentse Landschap en de BOKD. Welstandscriteria Ligging · Gestrooide ligging en nokrichting boerderijen handhaven · Nokrichting woonhuizen haaks op of evenwijdig aan de weg · Bijgebouwen in ondergeschikte positie Massa en vorm - Rechthoekige grondvorm of samengesteld uit rechthoekige grondvormen - Kap is dominant in het beeld - Eén bouwlaag met kap - Geen serres of andere uitbouwen toevoegen Gevelopbouw - Gesloten verticaal gelede gevelopbouw Detaillering - Eenvoudige fijnschalige detaillering - Reclame-uitingen zie: Reclamenota De Wolden Materiaal en kleurgebruik - Gemetselde roodbruine of geelbruine gevels eventueel in combinatie met houten geveldelen - Rietdaken, of donkere (niet-geglazuurde) pannendaken al dan niet in combinatie met elkaar - Bijgebouwen en bijschuren boerderijen ondergeschikt in kleur- en materiaalgebruik - Herkenbaar verschil tussen woon- en bedrijfsgedeelte handhaven Gebied 5; Beschermd dorpsgezicht Ten Arlo, Kraloo Gebiedsbeschrijving Ten Arlo is een zeer fraaie nederzetting in het esdorpenlandschap op de rug van Zuidwolde. Het gebied is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De bebouwing bestaat uit karakteristieke Saksische boerderijen. De bebouwing is rond de es in het landschap gelegen. De bebouwing ten westen van de Hoogeveenseweg staat in lijn met de uitwaaierende landschapsrichting, terwijl de boerderijen aan de oostzijde van de Hoogeveenseweg los aan de es staan. De kleurstelling is donker, het beeld wordt bepaald door bruin of roodbruin metselwerk en rieten daken. Ook komen er donkere pannendaken voor. Het geheel ontleent zijn karakter vooral aan de ongeschonden bebouwing en de samenhang met het landschap. De boerderijen voegen zich op een natuurlijke wijze in het landschap. Kraloo is een van de fraaiste voorbeelden van een kleien esdorpnederzetting, vrijwel alle karakteristieken zijn nog in gave staat aanwezig. Kraloo is gelegen op de overgang van de beekdalgronden van de Ruiner Aa naar de Kraloërheide. Langs de Ruiner Aa liggen de groenlanden die van de es worden gescheiden door een smalle brinkruimte, feitelijk niet veel meer dan een oorspronkelijk met bomen begroeide veedrift. Ten noorden van de boerderijengroep ligt de Kraloëresch. De begrenzing tussen de Kraloëresch en Kraloërheide wordt gevormd door een eswal, een bijna ondoordringbare haag van bomen en struiken, die diende om het wild en het vee buiten de akkers te houden. De Kralolërheide werd onder meer gebruikt als weidegrond voor de schapen en de schaapskooi stond dan ook tussen de boerderij en het veld in. De bebouwing in Kraloo bestaat uit Saksische boerderijen en arbeiderswoningen. De situering is gestrooid, waarbij het voorkomt dat het bedrijfsgedeelte naar de weg gekeerd staat. Het materiaalgebruik geeft de bebouwing een donkere kleurstelling. Rietdaken en pannen in combinatie met gemetselde of houten gevels bepalen het beeld. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid is er op gericht Ten Arlo op een zo optimaal mogelijke manier te beschermen. De waarde van beide nederzettingen is hoog en de ontwikkelingen zullen vooral op verantwoorde wijze moeten worden ingepast. Voor informatie over erfbeplanting wordt verwezen naar stichting Het Drentse Landschap en de BOKD. Welstandscriteria Ligging - Huidige nokrichtingen behouden - Huidige oriëntatie behouden - Bijgebouwen in een ondergeschikte positie Massa en vorm - Rechthoekige grondvorm of samengesteld uit rechthoekige grondvormen - Kap is dominant in het beeld - Eén bouwlaag met kap - Geen serres of andere uitbouwen toevoegen Gevelopbouw - Gesloten verticaal gelede gevelopbouw Detaillering - Eenvoudige fijnschalige detaillering - Geen reclame-uitingen toegestaan Materiaal en kleurgebruik - Gemetselde roodbruine of geelbruine gevels eventueel in combinatie met] houten geveldelen - Rietdaken, of donkere (niet-geglazuurde) pannendaken al dan niet in combinatie met elkaar - Bijgebouwen en bijschuren boerderijen ondergeschikt in kleur- en materiaalgebruik - Herkenbaar verschil tussen woon- en bedrijfsgedeelte handhaven Gebied 6; Landgoederen Reestdal Gebiedsbeschrijving Het Reestdal is een nagenoeg gaaf cultuurlandschap uit eind negentiende, begin twintigste eeuw dat de grens vormt tussen de provincies Drenthe en Overijssel. Op de hogere randen ter weerszijden van de meanderende beek hebben zicht in de loop der tijd agrarische bedrijven gevestigd afgewisseld met een aantal dorpen en buurtschappen. De samenhang tussen de waardevolle bebouwing met erf, het kleinschalige licht glooiende landschap, de kenmerkende door beplanting omzoomde essen en het lager gelegen open beekdal maakt het Reestdal zeer bijzonder. Het gebied ‘Landgoederen Reestdal’ wordt begrensd door de Reest in het zuiden, de gemeentegrens met Meppel, De Hessenweg, de Kerkweg tot aan de brug over de Reest. Dickninge, Voorwijk en enkele monumentale boerderijen met bijbehorende bedrijfsgebouwen bepalen het beeld van dit gebied. Het landgoed Dickninge, waarvan reeds melding wordt gemaakt in 1247 en 1261 was in vroegere eeuwen veel uitgestrekter dan nu. Tot het landgoed behoorden behalve twee grote boerderijen vlakbij de hoeve de erven Bulderij, Dijkstatigerhuizen en Kloeterij welke thans in de gemeente Meppel liggen. Ook hoorde een groot gedeelte van Broekhuizen bij de bezittingen. De bebouwing ligt op ruime afstand van de weg. De hoofdgebouwen van de landhuizen (Havezathe) zijn niet alleen hoog – twee volledige verdiepingen met grotere dan normale verdiepingshoogte – maar ook rijk gedetailleerd, in het bijzonder de entreepartij en de gootlijsten. Een symmetrische opbouw van de voorgevel ondersteund de ‘statigheid’ van de gebouwen en de situering van het gehele complex. De hoofdvorm is echter eenvoudig opgetrokken boven een rechthoekige plattegrond. Voor de andere erven in het gebied zijn de toepassing van eenvoudige hoofdvormen en natuurlijke materialen belangrijk. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid is er op gericht dat de landgoederen niet worden aangetast. De waarde van het gebied is dusdanig groot dat zeer terughoudend dient te worden omgegaan met wijzigingen en nieuwe toevoegingen in het gebied. Nieuwe ontwikkelingen zijn daarom niet toegestaan. Voor informatie over erfbeplanting wordt verwezen naar stichting Het Drentse Landschap en de BOKD. Welstandscriteria Ligging - Bij bestaande bebouwing ligging, oriëntatie en nokrichting handhaven. - Nieuwe toevoegingen en bijgebouwen ondergeschikt in positie. - Nieuwbouw op ruime afstand van de openbare weg. Massa en vorm - Bestaande massa’s en kapvormen handhaven. - Nieuwe toevoegingen ondergeschikt aan de bestaande hoofdmassa. - Grote gesloten dakvlakken ook bij nieuwbouw toepassen. Gevelopbouw - Bij bestaande gebouwen verticaal gelede gevelopbouw handhaven. - Voor het gevelontwerp van nieuwbouw dient een eenvoudig concept van de bestaande bebouwing als voorbeeld, imitatie van bestaande gevels is ongewenst. Materiaal en kleurgebruik - Voor de gevels is baksteen in de kleuren roodbruin of geelbruin en hout, zwart of zeer donker gekleurd het aangewezen materiaal. - Dakbedekking met donkere, gebakken pannen of riet. - Bijgebouwen en het oorspronkelijke bedrijfsgedeelte van boerderijen in kleuren materiaalgebruik ondergeschikt aan het (oorspronkelijke) woongedeelte. Gebied 7; Middenloop van de Reest Gebiedsbeschrijving Het Reestdal is een nagenoeg gaaf cultuurlandschap uit eind negentiende, begin twintigste eeuw dat de grens vormt tussen de provincies Drenthe en Overijssel. Op de hogere randen ter weerszijden van de meanderende beek hebben zicht in de loop der tijd agrarische bedrijven gevestigd afgewisseld met een aantal dorpen en buurtschappen. De samenhang tussen de waardevolle bebouwing met erf, het kleinschalige licht glooiende landschap, de kenmerkende door beplanting omzoomde essen en het lager gelegen open beekdal maakt het Reestdal zeer bijzonder. De middenloop van de Reest wordt begrensd door de Kerkweg in De Wijk aan de westzijde, en de provinciale weg Hoogeveen – Ommen aan de oostzijde. De noordelijke grens wordt gevormd door de Commissieweg, de Stapelerweg, Nieuwe Dijk, Ommerweg en Nolderweg inclusief de bebouwing aan de noordkant van deze wegen. Aan de zuidzijde vormt de Reest, tevens gemeente- en provinciegrens de afbakening van dit gebied. Landschappelijk is dit het gebied met het meeste reliëf in het Reestdal. Op de zandkoppen in het dal konden hierdoor in de loop van de tijd ook boerderijen en zelfs gehuchten ontstaan. De natuur bepaalde de mogelijke vestigingsplaatsen; de hoger gelegen randen van het beekdal en het hoger gelegen gebied in het beekdal zelf. De randen van het beekdal vormden de natuurlijke verbinding tussen de daar gevestigde boerderijen. Plaatselijke verdichting van de bebouwing vormt een lintvormig patroon. Hoger gelegen gebieden boden plaats aan esdorpgehuchten als de Pieperij. Soms liggen de boerderijen zeer geïsoleerd in het beekdal. Kenmerkend zijn de eenvoudige hoofdvorm van de gebouwen, een lage gootlijn en de roodbruine kleur van de gevelsteen. De donkere daken, dikwijls van riet, liggen als een deken over de gebouwen en laten ze één worden met het landschap. Met uitzondering van de wegen aan de randen van het dal en de twee plaatsen waar bruggen zijn aangelegd (Bloemberg en de Pieperij) zijn de wegen onverhard. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid is gericht op het beschermen van de waarden van het Reestdal. De vergaande bescherming van de natuurwaarden van het Reestdal zullen nieuwe ontwikkelingen grotendeels onmogelijk maken. Alle aanpassingen aan de bebouwing dienen met groot respect voor de bestaande waarden te gebeuren. Voor informatie over erfbeplanting wordt verwezen naar stichting Het Drentse Landschap en de BOKD. Welstandscriteria Ligging - Bij bestaande bebouwing ligging, oriëntatie en nokrichting handhaven. - Nieuwe toevoegingen en bijgebouwen ondergeschikt in positie. - Bebouwing haaks op de weg, met de voorgevel naar de weg gericht. - Vervangende nieuwbouw in het beekdal zo situeren dat de historische nederzetting en het erf herkenbaar blijven. Massa en vorm - Bestaande massa’s en kapvormen handhaven, toevoegingen moeten ondergeschikt aan de bestaande hoofdmassa blijven. - De grote gesloten dakvlakken respecteren en ook bij nieuwbouw als beelddrager toepassen. - Nieuwbouw met eenvoudige hoofdvorm, bijvoorbeeld boven een rechthoekige plattegrond, met zadeldak. De dakhelling moet ook geschikt zijn voor rieten daken. Gevelopbouw - Bij bestaande gebouwen de gevels van het (oorspronkelijke) woongedeelte handhaven, wijzigingen in het bedrijfsgedeelte zijn zodanig dat oorspronkelijke bedrijfsvoering afleesbaar blijft. - Het onderscheid tussen voor- en achterhuis (woongedeelte en schuur) zichtbaar houden. - Overeenkomstig de kenmerken van bestaande bebouwing zijn bij nieuwbouw de verticale geleding van de voorgevel en de architectonische vormgeving belangrijk. - Alle gevels zullen de samenhang van gebouw met gebruik en omgeving zichtbaar kunnen maken. Detaillering - Eenvoudige fijnschalige detaillering. - Materiaal en kleurgebruik - Voor de gevels is baksteen in roodbruine kleur, houten gevels (bv, bijgebouwen) zeer donker. - Dakbedekking van riet of gebakken pannen in donkere kleur. - Bijgebouwen en het oorspronkelijke bedrijfsdeel van boerderijen in kleur- en materiaalgebruik ondergeschikt aan het (oorspronkelijke) woongedeelte. Gebied 8; Bovenloop van de Reest Gebiedsbeschrijving Het Reestdal is een nagenoeg gaaf cultuurlandschap uit eind negentiende, begin twintigste eeuw dat de grens vormt tussen de provincies Drenthe en Overijssel. Op de hogere randen ter weerszijden van de meanderende beek hebben zicht in de loop der tijd agrarische bedrijven gevestigd afgewisseld met een aantal dorpen en buurtschappen. De samenhang tussen de waardevolle bebouwing met erf, het kleinschalige licht glooiende landschap, de kenmerkende door beplanting omzoomde essen en het lager gelegen open beekdal maakt het Reestdal zeer bijzonder. Het Reestdal vanaf de provinciale weg Hoogeveen – Ommen tot aan de Luttergreppel wordt als bovenloop van de Reest beschreven. De hoogteverschillen worden hier geringer ten opzichte van de middenloop. In het noorden ontmoet het beekdal de veldontginningen. De hoofdvorm van de bebouwing is in principe gelijk aan de boerderijen in de middenloop. In het algemeen zijn de voorgevels minder rijk gedetailleerd waardoor een soberder beeld ontstaat. Kenmerkend zijn de huizen zonder voordeur. Veel boerderijen zijn met het bedrijfsgedeelte naar de weg gericht en met het woongedeelte naar de Reest. De lommerrijke erfbeplanting onttrekt de bebouwing dikwijls aan het oog. De bebouwing wordt op deze wijze ondergeschikt aan het landschap, wat in het algemeen door het gebruik van eenvoudige, natuurlijke materialen en aardgebonden kleuren nog wordt versterkt. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid is gericht op het beschermen van de waarden van het Reestdal. De vergaande bescherming van de natuurwaarden van het Reestdal zullen nieuwe ontwikkelingen grotendeels onmogelijk maken. Alle aanpassingen aan de bebouwing dienen met groot respect voor de bestaande waarden te gebeuren. Voor informatie over erfbeplanting wordt verwezen naar stichting Het Drentse Landschap en de BOKD. Welstandscriteria Ligging - Bij bestaande bebouwing ligging, oriëntatie en nokrichting handhaven. - Nieuwe toevoegingen en bijgebouwen ondergeschikt in positie. Massa en vorm - Bestaande massa’s en kapvormen handhaven, toevoegingen moeten ondergeschikt blijven aan het hoofdvolume. - Eenvoudige hoofdvorm met grote, gesloten dakvlakken, de dakhelling moet geschikt zijn voor rieten dakbedekking. - Het gebouw mag de aanwezige of nieuw aan te brengen erfbeplanting niet overheersen. Gevelopbouw - Bij bestaande boerderijen de gevels van het woondeel handhaven, wijzigingen in de gevels van het bedrijfsdeel zo uitvoeren dat de oorspronkelijke bedrijfsvoering afleesbaar blijft. - De karakteristiek van de naar de Reest gerichte voorgevel handhaven. Detaillering - Eenvoudige, ambachtelijke detaillering. Materiaal en kleurgebruik - Bij bestaande bebouwing materiaal en kleurgebruik handhaven. - Bij vervangende nieuwbouw zijn ook andere natuurlijke materialen en kleuren aanvaardbaar (dus geen kunststof). - De kleuren harmoniëren met de omgeving wat betekent dat aardachtige kleuren gekozen worden. Gebied 9; Landgoederen Gebiedsbeschrijving Bij de ontwikkeling van Echten en geheel Zuid-Drenthe heeft het “Huize Echten” een belangrijke rol gespeeld. In 1262 wordt voor het eerst melding gemaakt van “Huize Echten”. De meeste erven te Echten behoorden toe aan “Huize Echten”. Het betreft hier de erven Bentinge, Entinge, Ibinge, Zegeringe en Zwaninge. Twee gebieden kunnen landschappelijk gezien in nauw verband met het dorpsbeeld worden gebracht: de weilanden, tussen het bos en de Echtenerstroom, ten zuiden van het “Huize Echten”, en de zandweg en de weilanden met zeer oude, vrijstaande eiken en een aangrenzend bosje, noordoostelijk van het landgoed, langs de Echtenerstroom gelegen. In deze gebieden dienen geen activiteiten te worden ontplooid waardoor het waardevolle dorpsgezicht wordt aangetast. Het “Huize Echten” is oude havezate die thans als een deftig landhuis met achttiende-eeuws karakter en achter- en zijgevels uit een andere periode functioneert. Het linker en rechter schathuis, het duivenhuis, de inrijrekken met gemetselde palen en twee zandstenen zonnewijzers op het voorhof zijn naast het huis ook als monument aangewezen. Bij de havezate staat verder een uit de achttiende eeuw daterend woonhuis naast het toegangshek tot het “Huize Echten”. Het rechthoekige bakstenen gebouw heeft een schilddak, gedekt met Oudhollandse pannen. Daar de Monumentenwet en het beschermde dorpsgezicht het gebied voldoende beschermen, worden er geen specifieke criteria beschreven. Nieuwe toevoegingen zullen altijd in de geest van het gebied moeten worden gepleegd. Rheebruggen ligt in een oude ontginning gelegen tussen Ansen en Uffelte. De opbouw wijkt van het esdorpenlandschap af door kleinere en meer verspreid gelegen bouwlandpercelen en verspreid gelegen agrarische bebouwing. Het gebied draagt een landgoedachtig karakter. Zowel in opbouw als in onderdelen is de situatie van circa 1850 nog in belangrijke mate aanwezig. De boerderijen zijn Saksisch en authentiek. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid is er op gericht dat de landgoederen niet worden aangetast. De waarde van beide gebieden is dusdanig groot dat er zeer terughoudend wordt omgegaan met wijzigingen en nieuwe toevoegingen in het gebied. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet toegestaan. Voor informatie over erfbeplanting wordt verwezen naar stichting Het Drentse Landschap en de BOKD. Welstandscriteria Ligging - Bestaande ligging handhaven - Bestaande nokrichtingen handhaven - Bestaande oriëntatie handhaven - Nieuwe toevoegingen en bijgebouwen ondergeschikt in positie Massa en vorm - Bestaande massa’s handhaven - Bestaande kapvormen handhaven - Nieuwe toevoegingen ondergeschikt in massa - Kap bij nieuwe toevoegingen prominent Gevelopbouw - Gesloten verticaal gelede gevelopbouw Detaillering - Hoofdgebouwen landgoederen met fijnschalige rijkere elementen gedetailleerd - Bijgebouwen en boerderijen eenvoudig en fijnschalig gedetailleerd - Reclame-uitingen niet toegestaan Materiaal en kleurgebruik - Gemetselde roodbruine of geelbruine gevels eventueel in combinatie met houten geveldelen - Rietdaken, of donkere (niet-geglazuurde) pannendaken al dan niet in combinatie met elkaar - Bijgebouwen en bijschuren boerderijen ondergeschikt in kleur- en materiaalgebruik. Gebied 10; Esdorpenlandschap Gebiedsbeschrijving Het esdorpenlandschap, waarop het welstandsbeleid van toepassing is, ligt rond Echten. Rond Echten is de bebouwing buiten de kom gelegen op groene percelen enigszins verscholen in het landschap. Over het algemeen bestaat de bebouwing uit boerderijen die rietgedekt zijn. De met een forse kap afgedekte boerderijen zijn opgemetseld uit lichtbruine steen en kennen een traditionele bouwstijl. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid is gericht op het beschermen van de bijzondere kenmerken van de bebouwing. Nieuwe ontwikkelingen zullen met respect voor de bestaande bebouwing en het landschap moeten worden ingepast. Voor informatie over erfbeplanting wordt verwezen naar stichting Het Drentse Landschap en de BOKD. Welstandscriteria Ligging - Bestaande nokrichtingen handhaven en nieuwe toevoegingen op vergelijkbare wijze in het landschap plaatsen - Bestaande oriëntatie bebouwing handhaven - Bestaande omvang bebouwing uitgangspunt nieuwe bebouwing - Bestaande rooilijn ten opzichte van de weg handhaven - Erven compact houden; hoofd- en bijgebouwen vormen een cluster - Bijgebouwen ondergeschikt in positie Massa en vorm - Rechthoekige grondvorm of samengesteld uit rechthoekige grondvormen - Gebouwen zijn individueel herkenbaar - Kap is dominant in het beeld - Eén bouwlaag met kap of; twee bouwlagen met kap waar dit historisch gezien past Gevelopbouw - Gesloten verticaal gelede gevelopbouw Detaillering - Eenvoudige fijnschalige detaillering - Reclame-uitingen zie: Reclamenota De Wolden Materiaal en kleurgebruik - Gemetselde roodbruine of geelbruine gevels eventueel in combinatie met donkere houten geveldelen (baanders) - Rietdaken of donkere (niet-geglazuurde) pannendaken al dan niet in combinatie met elkaar - Gevels in plaatmateriaal niet toegestaan - Bijgebouwen en bijschuren boerderijen ondergeschikt in kleur- en materiaalgebruik - Herkenbaar verschil tussen woon- en bedrijfsgedeelte handhaven

Rechtspraak bij dit artikel