Vrijstellingen
Geen haven- en kadegeld wordt gelieven voor het gebruik van de haven ten behoeve van: a rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst:
b gemeentevaartuigen;
c hospitaalschepen:
d vaartuigen, waarvan de schippers ten genoegen van de havenmeester aantonen, dat zij wegens ernstige familieomstandigheden of om redenen van overmacht van de kade en / of haven gebruik moeten maken en mits niet wordt geladen en / of gelost;
e vaartuigen. welke aanleggen tot het doen van inkomen van levensmiddelen mits niet langer duurt dan drie uur en gedurende die tijd wordt `geladen en gelost:
f vaartuigen, uitgezonderd pleziervaartuigen en passagiersschepen.~ welke des zaterdags na 12.00 uur aankomen en des maandags voor 10 uur vertrekken zonder te hebben geladen en / of gelost;
g vaartuigen, die door ijsgang hun reis niet kunnen vervolgen, mits niet wordt geladen en gelost; De ijsgang wordt gerekend aan te vangen met de dag, waarop van rijkswege de boeien worden weggenomen en op te houden niet de dag, waarop deze boeien worden herplaats.
h als vrachtzoekende ingeschreven vaartuigen, die aan de kade buiten de haven ligplaats hebben ingenomen, mits niet wordt geladen en / of gelost en indien zij geen dienst doen als overslagvaartuigen:
bij vaartuigen behorende roeiboten;
woonschepen, gedurende de eerste veertien dagen al dan niet achtereenvolgende dagen per kalenderjaar.
Hoofdstuk II
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2002