Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Samenstelling

Onderdeel van Verordening op de erfgoedcommissie Berkelland 2010

De commissie is samengesteld uit tenminste vijf leden en maximaal dertien leden inclusief de voorzitter. De leden en de voorzitter worden door het college benoemd, bestaande uit maximaal: één lid op voordracht door de Historische Vereniging Borculo; één lid op voordracht door de Historische Kring Eibergen; één lid op voordracht door de Historische Kring Neede; één lid op voordracht door de Historische Vereniging Old Reurle één lid op voordracht door de Stichting Oud Beltrum; één lid op voordracht door de Stichting Erfgoed Gelselaar; één lid op voordracht door de Historische Vereniging Oud Noordijk; één lid op voordracht door de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo; één lid op voordracht door de welstandscommissie van de gemeente Berkelland; één bouw- en/of architectuurhistoricus; één deskundige op het gebied van archeologie; één deskundige op het gebied van cultuurlandschap; één onafhankelijke voorzitter. De subcommissie welstand en erfgoed bestaat uit drie leden van de commissie, te weten: één lid die in de commissie zitting heeft op voordracht van een historische vereniging of stichting, vertegenwoordigende de gezamenlijke historische verenigingen of stichtingen, genoemd in artikel 4, lid 1. Deze persoon wordt door de commissie uit haar midden aangewezen het lid dat op voordracht van de welstandscommissie van de gemeente Berkelland in de commissie zitting heeft het lid dat in de kwaliteit van bouw- en/of architectuurhistoricus in de commissie zitting heeft daarnaast heeft de rayonarchitect van de welstandscommissie zitting in de subcommissie welstand en erfgoed. De subcommissie welstand en erfgoed wijst uit haar midden een voorzitter aan. De leden hebben zitting voor een periode van vier jaar en zijn onmiddellijk herbenoembaar voor nog één zittingsperiode. In een rooster van aftreden wordt de wisseling van de commissieleden zodanig geregeld dat jaarlijks ongeveer een vierde deel van de commissieleden aftreedt. Een lid kan te allen tijde zijn ontslag nemen en dient dit schriftelijk in bij het college. In geval van onvoldoende functioneren van de voorzitter of een commissielid, of wanneer de voorzitter of een commissielid drie (3) achtereenvolgende vergaderingen zonder opgaaf van redenen niet aanwezig is, kan het college van burgemeester en wethouders de voorzitter of het commissielid ontslaan. Burgemeester en wethouders kunnen te allen tijde een lid ontslaan. Een lid dat aftreedt of zijn of haar ontslag neemt, blijft lid totdat zijn of haar opvolger de benoeming heeft aanvaard. Bij afwezigheid van de voorzitter kan een ander lid van de commissie, daartoe door de commissie aangewezen als zodanig optreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel