4.3.1 Afwijkingsbevoegdheid
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:
a. lid 4.1 in die zin dat de goothoogte van gebouwen met een goothoogte van niet meer dan 4 m wordt vergroot tot niet meer dan 6 m;
b. lid 4.1 in die zin dat de goothoogte van gebouwen met een goothoogte van niet meer dan 7 m wordt vergroot tot niet meer dan 9 m;
a. lid 4.2.2 sub d in die zin dat de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw, ter plaatse van het besluitsubvlak 'bedrijventerrein 2' wordt vergroot tot niet meer dan 10 m, met dien verstande dat deze bouwhoogte maximaal 20% van het grondoppervlak van het bedrijfsgebouw mag bedragen;
b. lid 4.2.2 sub d in die zin dat een silo mag worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 12 m, ter plaatse van het besluitsubvlak 'bedrijventerrein 2';
c. lid 4.2.2 sub g onder 1 in die zin dat de afstand tot de zijdelingse perceelgrens wordt verkleind tot 0 m;
d. lid 4.2.3 sub a in die zin dat een hoofdgebouwen mag worden gewijzigd naar vrijstaand, twee-aaneen of (in een rij) aaneengebouwd;
e. lid 4.2.3 sub c in dit zin dat:
1. de oppervlakte van een hoofdgebouw met niet meer dan 25 m² wordt vergroot;
2. een hoofdgebouw wordt gebouwd met een lessenaarsdak en dat de goothoogte aan één zijde wordt verhoogd tot niet meer dan 9 m;
3. de dakhelling voor niet meer dan 50% van het dakoppervlak wordt verminderd tot 0°;
4. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens wordt verminderd tot 0 m;
f. lid 4.2.6 sub d en e in die zin dat:
1. indien reeds een oppervlakte van 200 m² aanwezig is, per bouwperceel eenmalig vervangende (ver)bouw plaatsvindt tot een maximumoppervlakte van 50% van het oppervlak dat de 200 m² te boven gaat;
2. indien reeds een oppervlakte van 500 m² en niet minder dan 500 m² aanwezig is, per bouwperceel eenmalig vervangende (ver)bouw plaatsvindt tot een maximumoppervlakte van 20% van het oppervlak dat de 500 m² te boven gaat, maar dit uitsluitend in combinatie met het vermelde onder 1.
4.3.2 Toetsingscriteria
Een in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
a. het straat- en bebouwingsbeeld;
b. een goede woonsituatie;
c. de verkeersveiligheid;
d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
e. de sociale veiligheid;
f. de externe veiligheid.
Hoofdstuk 2
Artikel 4.3
Afwijken van de bouwregels
Onderdeel van De beheersverordening Ruinen van de gemeente De Wolden