**1.** De ambtenaar heeft per kalenderjaar aanspraak op 180 uren vakantieverlof met behoud van de volle bezoldiging, zijnde 144 uren basisvakantieverlof en 36 uren aanvullend vakantieverlof. Voor de ambtenaar met een deeltijdfunctie wordt de aanspraak op zowel het basisvakantieverlof als het aanvullend vakantieverlof bepaald evenredig aan het deeltijdpercentage.
**2.** Bij aanvang of einde van het dienstverband in de loop van het kalenderjaar wordt de aanspraak op het basisvakantieverlof en op het aanvullend vakantieverlof vastgesteld naar evenredigheid van de duur van het dienstverband in dat jaar.
**3.** Indien de arbeidsduur van de ambtenaar wordt gewijzigd wordt de aanspraak op basisvakantieverlof en aanvullend vakantieverlof over het eventueel resterende deel van het kalenderjaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe arbeidsduur.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel D.5
Aanspraak op vakantieverlof
Onderdeel van Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies