De directeur van een dienst en de griffier dragen er zorg voor dat de
onder zijn beheer staande archiefbescheiden in goede, geordende en
toegankelijke staat worden gebracht en dat de ordening van de
archiefbescheiden geschiedt volgens een doelmatige en doeltreffende
systematiek, overeenkomstig een documentair structuurplan als bedoeld in
artikel 3 van de regeling.