het dagelijks bestuur kan besluiten om bij wijze van experiment, in verband met het vergroten van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het re-integratiebeleid, bij de uitvoering van deze verordening afwijken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9 tot en met 18 van deze verordening.
In het besluit van het dagelijks bestuur wordt geregeld op welke wijze en in hoeverre van welke artikelen wordt afgeweken.
Een experiment als bedoeld in lid 1 duurt maximaal twee jaar.
het dagelijks bestuur meldt aan de het algemeen bestuur hoe een experiment is verlopen, alsmede het standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment.
Slotbepalingen
Hardheidsclausule
Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Het dagelijks bestuur beslist in gevallen waarin de verordening niet voorziet.
Citeertitel, inwerkingtreding en intrekking
Deze verordening kan worden aangehaald als “Re-integratieverordening Wet werk en bijstand RSD 2007”.
Deze verordening treedt in werking op 20 september 2007.
De verordeningen Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand van alle aan de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug deelnemende gemeenten, vastgesteld in 2005 worden gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.
Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling “Regionale Sociale Dienst kromme Rijn Heuvelrug” in zijn openbare vergadering van 20 september 2007.
De directeur, De voorzitter, Toelichting Re-integratieverordening
Inleiding
Deze verordening regelt de ondersteuning die de gemeente biedt bij de arbeidsinschakeling van cliënten. Die ondersteuning wordt verplicht in artikel 7 van de Wet werk en bijstand (WWB) waarin het college van B&W de opdracht bijstandsgerechtigden, Nuggers en Anw-ers en mensen met een gesubsidieerde baan op basis van de Wet inschakeling werkzoekenden of het besluit Instroom/ Doorstroom-banen te ondersteunen. Het voorschrift om deze ondersteuning in een verordening vast te stellen volgt uit artikel 8 en artikel 10 WWB.
Artikel 8 lid 1 onder a:
Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels met betrekking tot het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a.
Artikel 8 lid 2:
De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hebben in ieder geval betrekking op de evenwichtige aandacht voor de in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, genoemde groepen, alsmede voor de verschillende doelgroepen daarbinnen, en de wijze waarop rekening wordt gehouden met zorgtaken.
Artikel 10 lid 1en 2:
Personen die algemene bijstand ontvangen, personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en niet-uitkeringsgerechtigden hebben, overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die vanwege een voorziening gericht op arbeidsinschakeling niet tot een van de groepen, bedoeld in het eerste lid, behoren.
Naast deze wettelijke basis valt uit de memorie van toelichting af te leiden welke zaken in of via de verordening geregeld moeten of kunnen worden:
De aanspraak van de doelgroepen op ondersteuning door de gemeente;
het beleid ten aanzien van de diverse doelgroepen en subdoelgroepen;
het beleid ten aanzien van de combinatie van werk en zorgtaken;
De beschikbaarheid van financiële middelen.
Hoofdstuk › Afdeling 2.
Artikel 24a
Experimenteerartikel
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand