Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 35.

Het recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning

1.. Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als vermeld in artikel 34 onder a. in aanmerking worden gebracht, wanneer beperkingen: a.. het gebruik van openbaar vervoer of b.. het bereiken van dit openbaar vervoer onmogelijk maken. 2.. Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als vermeld in artikel 34 onder b en c in aanmerking worden gebracht wanneer: a.. beperkingen het gebruik maken van een collectief systeem als bedoeld in het eerste lid onmogelijk maken; b.. een collectief systeem als bedoeld in het eerste lid niet aanwezig is. 3.. Voor de bij artikel 34 onder b sub 2, 3 en 4 en onder c sub 1 tot en met 6 genoemde voorzieningen geldt, in afwijking op het gestelde in het vorige lid onder b, dat zij ook in aanvulling op het gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 33 onder a verstrekt kunnen worden. 4.. Wanneer duurzaam samenwonende huisgenoten beiden een individuele vervoersbehoefte hebben, wordt tweemaal een enkele vergoeding toegekend, als bedoeld in artikel 34 onder c. 3 en 4. 5.. Wanneer het inkomen van de aanvrager meer bedraagt dan 1,5 maal de in het Fiancieel besluit maatschappelijke ondersteuning voor de diverse categorieën genoemde inkomensgrenzen, wordt geen financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 34 onder a en c sub 2 t/m 4, of een vervoersvoorziening in natura zoals bedoeld in artikel 34 onder a en b sub 1 verstrekt. Een uitzondering geldt voor echtparen die beiden gebruik maken van een vervoersvoorziening als vermeldt in artikel 34 onder lid a en lid c sub 3 en 4. Voor deze echtparen geldt dat tot een inkomensgrens van 1,75 maal het norminkomen 100% van de kosten wordt vergoed. 6.. Wanneer het inkomen meer bedraagt dan 1,5 maal het norminkomen, terwijl alleen gebruik kan worden gemaakt van een rolstoeltaxi, wordt het verschil tussen de tegemoetkoming in de kosten voor een gewone taxi en de kosten voor een rolstoeltaxi, vergoed. Een uitzondering op dit artikel geldt voor de echtparen zoals genoemd in artikel 35 lid 5 van de Verordening. Voor deze echtparen geldt dat indien het inkomen meer bedraagt dan 1,75 maal het norminkomen alleen het verschil tussen de kosten voor een gewone taxi en een rolstoeltaxi wordt vergoed. 7.. Bij de vervoersvoorziening wordt bij het bepalen van de vervoersbehoefte alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag. Tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om bovenregionaal contact dat uitsluitend door de gehandicapte zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek noodzakelijk is voor de gehandicapte om dreigende vereenzaming te voorkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel