Een persoon met beperkingen komt voor de in artikel 33 onder a. vermelde voorziening in aanmerking wanneer deze beperkingen het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
Hoofdstuk 5.
Artikel 36.
Het recht op een versnelde individuele voorziening
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning