Een persoon met beperkingen komt in aanmerking voor de in artikel 33 onder b en c genoemde voorziening wanneer de beperkingen het gebruik van het collectief vervoer onmogelijk maken of wanneer een collectieve vervoersvoorziening niet aanwezig is.
Hoofdstuk 5.
Artikel 37.
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning