Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5

Uitvoering begroting

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Zaanstad

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en baten per programma. 2.. Het college neemt in de begroting het geactualiseerd meerjaren investeringsplan op. Voor lopende meerjarige investeringen geeft het college de bijstelling van de totaalraming ten opzichte van het voorgaande meerjaren investeringsplan aan, alsmede een toelichting hierop. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de eerste jaarschijf van het meerjaren investeringsplan, alsmede de totaalbedragen van specifiek benoemde nieuwe meerjarige investeringen uit de eerste jaarschijf. De raad kan hierbij aangeven voor welke investeringen hij een apart voorstel wil ontvangen, voordat het college tot uitvoering overgaat. 3.. Het college neemt maatregelen die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. 4.. Het college draagt er zorg voor dat: de budgetten uit de productenramingen en voor investeringen eenduidig worden toegewezen aan programma ‘s; de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma onder druk komt; de lasten van de programma’s, vóór reservemutaties, zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden overschreden; de uitgaven op de investeringen niet worden overschreden; 5.. Het college rapporteert tussentijds over de uitvoering van de begroting aan de raad via een twee bestuursrapportages. 6.. De indeling van de bestuursrapportages sluit aan op de programma-indeling van de begroting. 7.. De bestuursrapportage gaat in op de afwijkingen per programma en op de investeringen, zowel wat betreft de lasten en baten, de geleverde goederen en diensten, de voortgang en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. Voor belangrijke investeringen kan de raad een specifiek traject van voortgangsrapportages overeenkomen met het college. 8.. Bij de behandeling van de bestuursrapportage in de raad doet het college voorstellen voor wijziging van de begroting en bijstelling van beleid. 9.. In de tweede bestuursrapportage ligt de nadruk op financiën waarbij een goede eindejaarsverwachting de focus heeft. De tweede bestuursrapportage komt in plaats van de slotwijziging. 10.. Het college draagt er zorg voor, dat alle door de raad goedgekeurde wijzigingen van de begroting juist en volledig in de budgetten voor de productenramingen en investeringen worden verwerkt. 11.. Het college draagt er zorg voor, dat elke door de raad goedgekeurde nieuwe of bijgestelde gemeentelijke grondexploitatie juist en volledig in de budgetten wordt verwerkt. 12.. In de jaarverantwoording geeft het college voor in het boekjaar afgesloten investeringen, op autorisatieniveau van de raad, inzicht in de totale (bijgestelde) raming ten opzichte van de werkelijke realisatie. 13.. Voor aanvang van een kalenderjaar biedt het college een overzicht aan met daarin in elk geval de data voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad van de jaarstukken, de kadernota, de bestuursrapportage, het meerjarenperspectief grondzaken, de technische begrotingswijzigingen en de begroting met de meerjarenraming.

Rechtspraak bij dit artikel