Het college stelt specifieke uitvoeringsregels vast voor Grondzaken en draagt zorg voor een tijdige actualisatie van deze regels. In de uitvoeringsregels beschrijft het college de uitgangspunten voor de invulling van de beheerstaak terzake van grondzaken.
Het college stelt de te hanteren parameters voor actualisatie van grondexploitaties vast. Daarbij hanteert het college de volgende systematische uitgangspunten:
de geprognosticeerde inflatieparameters worden op grond van informatie uit marktverkenning, zo reëel en actueel mogelijk vastgesteld.
Het prijzenboek voor de actualisatie van grondexploitaties wordt elke twee jaar herzien op basis van werkelijke marktgegevens.
De financiering van ruimtelijke ontwikkelingen is gekoppeld aan de onderscheiden fasen:
De voorbereidende fase, waarin mogelijkheden worden verkend en op haalbaarheid worden getoetst, sluit af met een voorstel tot uitvoering van een grondexploitatie aan het bevoegd gezag (zie leden 4 en 5 van dit artikel). Deze fase wordt gefinancierd uit de begroting.
De uitvoerende fase, waarin er na een go-beslissing van het bevoegd gezag, sprake is van een grondexploitatie. De financiële afwikkeling van de uitvoerende fase loopt over de algemene reserve grondzaken.
Het college is bevoegd tot integrale afweging van verzochte voorbereidingskredieten en tot besluitvorming over de verdeling van de door de raad aan het begrotingsprogramma Financiën toegekende ‘voorbereidingsbudget PRI ontwikkelingen’ (zowel bij ruimtelijke als verkeerskundige ontwikkelingen). Het college hanteert daarbij een vastgesteld systematisch afwegingskader, genaamd Prioritering Ruimtelijke Investeringen (PRI). Het college rapporteert twee maal per jaar in het meerjarenperspectief grondzaken over het PRI.
Het college is bevoegd tot het afsluiten van overeenkomsten tot particuliere grondexploitatie en PPS-overeenkomsten tot grondexploitaties. Die bevoegdheid is beleidsmatig beperkt door de volgende voorwaarden:
de te effectueren prestatie(s) moet(en) vallen binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders;
de te effectueren prestatie(s) moet(en) kunnen plaatsvinden, binnen het door de raad daartoe vastgestelde budget. (Dit met inachtneming van de bevoegdheid van het college cfm. art. 5, lid 4 onder b. van deze verordening).
Een gemeentelijke grondexploitatie wordt vastgesteld door een besluit van de raad. Het college doet daartoe een voorstel aan de raad. In het voorstel tot het vaststellen van een gemeentelijke grondexploitatie verschaft het college inzicht in de grondexploitatie. Hiertoe bevat het voorstel minimaal de volgende onderdelen:
referentiekader;
lasten- en batenspecificatie per deelfase en het saldo op eindwaarde;
kansen- en risicoanalyse;
planning per deelfase;
gemaakte kosten van voorbereiding;
fiscale toets.
Vanaf de datum dat de raad de gemeentelijke grondexploitatie heeft vastgesteld is de grondexploitatie actief. Met het vaststellen van de gemeentelijke grondexploitatie autoriseert de raad de daarin opgenomen kosten en opbrengsten. Het college ziet er op toe dat deze kosten niet worden overschreden en de opbrengsten worden gerealiseerd.
De raad kan bij de vaststelling van de gemeentelijke grondexploitatie aangeven voor welke deelfase(n) tot uitvoering mag worden overgegaan en tot welke omvang de daarmee gemoeide lasten en baten zijn geautoriseerd.
Een gemeentelijke grondexploitatie wordt herzien op basis van een besluit van de raad. Het college doet daartoe een voorstel aan de raad. Een herzieningsbesluit van een gemeentelijke grondexploitatie is nodig in het geval dat:
de lasten en/of baten op eindwaarde meer dan 10% afwijken van de laatst vastgestelde gemeentelijke grondexploitatie en de afwijking groter is dan € 500,000;
het programma substantieel afwijkt van het laatst bestuurlijk vastgestelde programma;
het saldo op eindwaarde meer dan € 500.000 afwijkt van de laatst vastgestelde gemeentelijke grondexploitatie.
de raad het college om een herziening verzoekt;
het college een herziening ter besluitvorming aan de raad wil aanbieden;
het referentiekader moet worden aangepast.
Een voorstel tot herziening van de gemeentelijke grondexploitatie bevat:
de herziene onderdelen a. tot en met d., zoals vermeld in lid 6 van dit artikel, respectievelijk een eenduidige verwijzing naar een eerdere vaststelling ingeval dit onderdeel niet is gewijzigd;
de gerealiseerde lasten en baten tot aan de herziening;
een analyse van de verschillen ten opzichte van de laatst vastgestelde gemeentelijke grondexploitatie;
Indien in een actieve gemeentelijke grondexploitatie geen lasten en baten meer zijn te verwachten moet een voorstel tot afsluiten van de gemeentelijke grondexploitatie uiterlijk binnen 12 maanden door het college aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd en de overdracht van de openbare ruimte aan het organisatieonderdeel belast met het beheer hebben plaatsgevonden. Als het college voorziet dat deze termijn niet wordt gehaald meldt het college dit aan de raad met opgaaf van reden.
De raad kan besluiten een gemeentelijke grondexploitatie of een deelplan binnen een gemeentelijke grondexploitatie eerder af te sluiten, onder de voorwaarde dat op dit deelplan geen baten meer zijn te verwachten en de nog te verwachten lasten zodanig zijn in te schatten dat daarvoor een voorziening kan worden getroffen.
Een voorstel aan de raad tot afsluiten van een gemeentelijke grondexploitatie of deelplan binnen een gemeentelijke grondexploitatie omvat:
een verantwoording over de onderdelen a. tot en met d., zoals vermeld in lid 6 van dit artikel;
een verantwoording over het definitieve resultaat;
Aan de boekwaarde van de gemeentelijke grondexploitaties per begin van het begrotingsjaar wordt de rekenrente toegerekend, alsmede een rekening courant rente over de mutaties.
Halfjaarlijks, naar de stand van 1 januari respectievelijk 1 juli, worden de grondexploitaties geactualiseerd. Over de actualisatie, de daarin geconstateerde afwijkingen ten opzichte van de vorige actualisatie en de onderbouwing van de gehanteerde parameters rapporteert het college twee maal per jaar in het meerjaren perspectief grondzaken. De raad kan nadere eisen stellen aan de vorm en de inhoud van de rapportage.
De algemene reserve grondzaken (ARG) fungeert als een buffer tussen de algemene middelen en de resultaten uit uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingsplannen en als een vereveningsreserve omdat opbrengsten van rendabele plannen worden gebruikt om onrendabele plannen te dekken. De afdrachten van respectievelijk aan de algemene middelen aan respectievelijk van de ARG worden geboekt als de ARG onder de benedengrens van 75% resp. 125% van de benodigde weerstandcapaciteit zal uitkomen.
Op het moment dat het resultaat van een (deel)plan groter is dan de betrouwbaar geraamde nog te realiseren lasten, wordt dat resultaat als winst verantwoord. Voor een geraamd verlies op eindwaarde, dient onmiddellijk bij het bekend worden hiervan, een verliesvoorziening (op netto contante waarde) te worden gevormd. De verliesvoorziening wordt jaarlijks bij de reguliere actualisaties naar de stand van 1 januari bijgesteld.
De resultaten op erfpacht en vastgoed lopen via de algemene middelen en worden toegevoegd aan het investeringsfonds. Dit geld ook voor de afgekochte erfpacht.
Het college stelt een nota bovenwijkse voorzieningen met de systematische onderbouwing van de afdrachten en onttrekkingen aan het fonds infrastructurele werken vast (zie ook art. 9 lid 4).
Hoofdstuk II
Artikel 5b
Grondzaken en grondexploitaties
Onderdeel van Financiële verordening gemeente Zaanstad