terugvordering
Deze bepaling is een uitwerking van de bij Nota van Wijziging (NvW) ingevoegde verplichtedelegatiebepaling van artikel 2.8, onder d, van de wet. Hierbij is bepaald dat degemeenteraad bij verordening regels stelt voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangenvan een individuele voorziening, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Debepaling beoogt het standaardiseren van de regelgeving met betrekking tot de aan elkaarverwante beleidsterreinen van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. In detoelichting op de NvW is voorts vermeld dat het immers tot de gemeentelijkeverantwoordelijkheid behoort misbruik van de geboden voorzieningen te voorkomen en, waarnodig, op te treden tegen onterecht gebruik van individuele voorzieningen of pgb’s. Eenzorgvuldig gebruik van collectieve middelen is wezenlijk voor het draagvlak daarvan.
Lid 1 van deze bepaling berust mede op artikel 8.1.2, eerste lid, van de wet. De bepaling inlid 2 is geënt op artikel 8.1.4 van de wet en is in de verordening opgenomen op grond van deverplichting van artikel 2.9, onder d, van de wet. Ook hier is de tot de pgb beperkte reikwijdtevan artikel 8.1.4 uitgebreid tot de individuele voorziening in natura. Lid 3 en lid 4 hebbenbetrekking op respectievelijk de terugvordering van de geldswaarde van een ten onrechtegenoten individuele voorziening en de mogelijkheid van intrekking van een besluit tot verlening van een pgb.