Dit artikel geeft een nadere uitwerking van artikel 2.8, onder a, van de Jeugdwet, waarin isbepaald dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de door het college teverlenen individuele voorzieningen en overige (jeugdhulp)voorzieningen. Uit de onderstaande passage uit de Memorie van Toelichting (MvT) van de Jeugdwet bij artikel 2.9komt naar voren dat de burger recht heeft op een duidelijk beeld van het aanbod van
voorzieningen binnen de gemeente.
De door de gemeente te treffen voorziening kan zowel een algemene, vrij toegankelijkevoorziening zijn als een individuele voorziening. Een individuele voorziening heeft betrekking op specialistische jeugdhulp. De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is enwelke niet. De in lid 1 genoemde vormen van voorzieningen zijn vrij toegankelijk. De in lid 2
genoemde vormen van voorzieningen zijn niet vrij toegankelijk.
Voor de niet vrij toegankelijke vormen van ondersteuning zal eerst beoordeeld moetenworden of de jeugdige of zijn ouders deze ondersteuning daadwerkelijk nodig hebben. Dezeniet vrij toegankelijke voorzieningen veronderstellen altijd een verleningbeslissing op basisvan een beoordeling door de gemeente van de persoonlijke situatie en behoeften van dejeugdige of zijn ouders. De gemeente geeft daartoe een beschikking af met de mogelijkheidvan bezwaar en beroep. Daarmee is tevens de rechtsbescherming van de burgergewaarborgd.
Artikel 2 van deze verordening biedt op hoofdlijnen een zo compleet mogelijk overzicht vanhet palet aan overige en individuele voorzieningen dat het college ter beschikking stelt. In hetuitvoeringsbesluit worden hiervoor nadere regels gesteld.