In artikel 2.5, eerste lid, onder f, van de wet is bepaald dat het college ervoorverantwoordelijk is dat jeugdigen, hun ouders of pleegouders een beroep kunnen doen opeen vertrouwenspersoon. Met de vertrouwenspersoon wordt een functionaris bedoeld zoalsdeze nu al werkzaam is binnen de jeugdzorg. Onafhankelijkheid, beschikbaarheid en
toegankelijkheid zijn belangrijke factoren (wettelijke vereisten) voor een goede invulling vandeze functie. De wet adresseert het college rechtstreeks en vraagt niet om hierover bijverordening een regeling op te stellen. De bepaling uit de wet is toch in de verordeningopgenomen vanwege het in het belang om in de verordening een compleet overzicht van
rechten en plichten van jeugdigen en ouders te geven.
Klachtregeling
In overleg met de Juridisch Controller is dit verwijderd. We hebben een klachtregeling die nuook van toepassing is op de CMD. In de Jeugdwet is geregeld hoe klachten vanjeugdaanbieders en de gecertificeerde instelling worden afgehandeld. “Dejeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instelling treffen een regeling voor debehandeling van klachten over gedragingen van hen of van voor hen werkzame personenjegens een jeugdige, ouder of pleegouder in het kader van de verlening van jeugdhulp, deuitvoering van kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering”. Daarom is deKlachtregeling overbodig.