Voor een zorgvuldig te nemen besluit is het van belang dat alle feiten en omstandighedenvan de specifieke hulpvraag duidelijk zijn. Het ligt daarom voor de hand dat tijdens eengesprek met de jeugdige en ouders hierover wordt gesproken. Hierbij kan ook sprake zijnvan meerdere, elkaar opvolgende gesprekken. In het kader van deze verordening worden
deze gesprekken beschouwd als onderdelen van een samenhangend geheel, leidend tot ééngespreksverslag en/of ondersteuningsplan. De zelfredzaamheidmatrix (ZRM) is eeninstrument dat bij het gesprek wordt gebruikt om de mate van zelfredzaamheid van huncliënten eenvoudig en volledig te kunnen beoordelen.
Zelfredzaamheid is het vermogen om dagelijkse algemene levensverrichtingen zelfstandig tekunnen doen. Deze dagelijkse levensverrichtingen hebben betrekking op verschillendedomeinen. Zo moeten in het dagelijks leven verrichtingen uitgevoerd worden om in een
inkomen te voorzien, lichamelijk en geestelijk gezond te blijven, of een steunend sociaalnetwerk te onderhouden.
Levensverrichtingen betreffen ook het zelf organiseren van de juiste hulp op het moment dateen behoefte ontstaat waarin de persoon niet kan voorzien. Bijvoorbeeld (tijdig) naar dehuisarts gaan bij lichamelijke ziekte, of (professioneel) advies vragen bij het invullen van debelastingaangifte.
De mate van zelfredzaamheid is daarom een uitkomst van persoonskenmerken zoalsvaardigheden, persoonlijkheid en motivatie en omgevingskenmerken zoals cultuur, economieen infrastructuur, die een persoon in meer of mindere mate in staat stellen om (zelf) in basalelevensbehoeften te voorzien.
De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) heeft elf domeinen waarop de mate van zelfredzaamheidwordt beoordeeld. Deze domeinen hangen natuurlijk sterk met elkaar samen, ze hebbenimmers allen betrekking op het dagelijks leven, maar zijn zo gedefinieerd dat ze elkaar niet ofnauwelijks overlappen. De domeinen van de ZRM zijn: Financiën, Dagbesteding,Huisvesting, Huiselijke relaties, Geestelijke gezondheid, Lichamelijke gezondheid,
Verslaving, Activiteiten Dagelijks Leven, Sociaal netwerk, Maatschappelijke participatie, enJustitie. Dit zijn de noodzakelijke en niet-overbodige gebieden die in iedere volwassenpersoon (in de Nederlandse samenleving) bepalend zijn voor de effectiviteit, productiviteit enkwaliteit van leven.
In lid 1 bij de onderdelen a tot en met i zijn de onderwerpen van het gesprek weergegeven.Het betreft uiteraard altijd maatwerk. Indien de jeugdige al bij de gemeente bekend is, zaleen aantal gespreksonderwerpen niet meer uitgediept hoeven te worden en zal bijvoorbeeldalleen kunnen worden gevraagd of er nog nieuwe ontwikkelingen zijn.
Komt een jeugdige of een ouder voor het eerst bij de gemeente, dan zal het gesprek dienenom een totaalbeeld van de jeugdige en zijn situatie te krijgen. In onderdeel c wordt de eigenkracht van jeugdigen en ouders voorop gesteld overeenkomstig het uitgangspunt van de wetdat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bijde ouders en de jeugdige zelf ligt. Een te verstrekken voorziening kan ook juist nodig zijn omde mate van probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders en die van denaaste omgeving te versterken.
Het tweede lid van dit artikel dient ertoe om ouders te informeren over een eventueleouderbijdrage. In artikel 8.2.1 van de wet is namelijk bepaald dat de ouderbijdrage door ‘hetbestuursorgaan dat met de inning is belast’ wordt vastgesteld en ten behoeve van degemeente wordt geïnd. Hier kan de gemeente niet van afwijken.
In het kader van privacywetgeving is het essentieel dat jeugdigen en ouders over dezeverwerking van gegevens goed worden geïnformeerd, zodat zij weten hoe en bij wie zijdesgewenst hun privacyrechten kunnen uitoefenen. Hierover zal meteen bij het eerstecontact over de hulpvraag duidelijkheid aan de cliënt moeten worden geboden. Dit staatomschreven in lid 3.
Tot slot is in lid 4 de mogelijkheid opgenomen om in overleg met jeugdige of zijn ouders af tezien van een gesprek.