Het later toevoegen van opmerkingen of het aanbrengen van wijzigingen of het herstellenvan feitelijke onjuistheden wordt geregeld in lid 4 van dit artikel.
Indien de medewerker van het CMD en de jeugdige en zijn ouders een individuelevoorziening wenselijk achten, is lid 3 van toepassing. Er wordt dan een ondersteuningsplanopgesteld dat bij de feitelijke hulpverlening kan worden gebruikt.