Naar hoofdinhoud

Salaris II

Artikel 6

Bepalen salarisschaal

Onderdeel van Bezoldigingverordening Vught 2013

1.. Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversietabel de voor de medewerker geldende salarisschaal, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode. 3.. Indien en voor zolang de medewerker zijn betrekking nog niet in alle facetten en voldoende vervult, wordt de medewerker bezoldigd volgens de naast lagere salarisschaal (aanloopschaal) dan die welke voor hem geldt ingevolge het eerste lid (functionele schaal). 4.. De salarisschaal van de medewerker waarmee een loopbaanontwikkelingstraject is overeengekomen kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, gesteld worden op één of meer lagere salarisschalen dan die welke voor hem geldt ingevolge het derde lid. 5.. Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan wel bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de CAR/UWO, kan zonder voorafgaand ontslag voor een medewerker geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal. 6.. Onverminderd het bepaalde in lid 5 kan de bezoldiging, waaronder de eindejaarsuitkering en de vakantietoelage, op verzoek van de medewerker worden verminderd in het kader van een uitruil van de arbeidsvoorwaarden.

Rechtspraak bij dit artikel