Een kleinschalige nevenactiviteit als genoemd in artikel 4
van deze verordening kan slechts worden gelijkgesteld met een gevoelig
object, behorende tot dezelfde categorie als een bij de veehouderij
behorende woning, als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
De aanvrager van de nevenactiviteit dient te beschikken over een
agrarisch bedrijf met een positieve agrarische bestemming;
de aanvrager van de nevenactiviteit dient te beschikken over een
geldige milieuvergunning of het bedrijf dient te vallen onder
het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer, het Besluit
akkerbouwbedrijven milieubeheer of het Besluit
glastuinbouwbedrijven milieubeheer;
de nevenactiviteit moet plaatsvinden op het bedrijf (bouwblok
en/of gebouwen) of direct aangesloten aan het bedrijf;
de nevenactiviteit moet naar aard en schaal passen in het
buitengebied;
de nevenactiviteit dient te vallen onder categorie 1 of 2, en
onder voorwaarden onder categorie 3 van de SBI-codes zoals
opgenomen in de Standaard bedrijfsindeling 1993 editie 2002 van
de VNG.
Hoofdstuk VIII.1
Artikel 3a
Voorwaarden kleinschalige nevenactiviteit
Onderdeel van Verordening kleinschalige nevenactiviteiten