Een zodanige activiteit (verder te noemen activiteit) als
genoemd in artikel 4 van deze verordening kan slechts worden
gelijkgesteld met een gevoelig object, behorende tot dezelfde categorie
als een bij de veehouderij behorende woning, als is voldaan aan de
volgende voorwaarden:
De aanvrager van de activiteit moet kunnen aantonen dat de
betreffende locatie minstens tot 19 maart 2000 een agrarisch
bedrijf was met een positieve agrarische bestemming;
de aanvrager van de activiteit moet kunnen aantonen dat het
betreffende agrarische bedrijf minstens tot 19 maart 2000
beschikte over een geldende milieuvergunning of viel onder het
Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer, het Besluit
akkerbouw-bedrijven milieubeheer of het Besluit
tuinbouwbedrijven met bedekte teelt;
de activiteit moet plaatsvinden op het voormalige agrarische
bedrijf (bouwblok en/of gebouwen) of direct aangesloten aan het
voormalige agrarische bedrijf;
de activiteit moet naar aard en schaal passen in het
buitengebied;
de activiteit dient te vallen onder categorie 1 of 2, en onder
voorwaarden onder categorie 3 van de SBI-codes zoals opgenomen
in de Standaard bedrijfsindeling 1993 editie 2002 van de
VNG.
Hoofdstuk VIII.1
Artikel 3b
Voorwaarden zodanige activiteit
Onderdeel van Verordening kleinschalige nevenactiviteiten