Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Relatief verzuim van leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren

Onderdeel van Instructie voor de medewerkers leerplicht/RMC van het Regionaal Bureau Leerplicht/RMC Utrecht Noordwest

De meldingen van schoolverzuim worden ontvangen door de administratief medewerkers. Jongeren die onderwijs volgen aan het Voortgezet Onderwijs of het Middelbaar Beroeps Onderwijs worden gemeld via DUO. Jongeren die onderwijs volgen aan het primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en het niet –bekostigd onderwijs worden gemeld middels een kennisgeving (vermoedelijk) ongeoorloofd schoolverzuim. Er wordt door de administratie een leerling dossier aangemaakt, of de kennisgeving wordt toegevoegd in het reeds aanwezige leerling dossier. Iedere ontvangen melding wordt binnen 1 schooldag geregistreerd en aan de meldende school bevestigd. Binnen 5 schooldagen neemt de medewerker Leerplicht/RMC de verzuimmelding in behandeling en meldt binnen 10 schooldagen aan de school welke acties er naar aanleiding van de melding worden ondernomen. De medewerker leerplicht/RMC nodigt, na ontvangst van de melding, de ouders en/of, indien nodig de jongere, binnen 10 schooldagen uit voor een gesprek; hij stelt hen in de gelegenheid om nadere uitleg over het gemelde verzuim te geven en informeert hen over de procedures en eventuele consequenties. Indien het verzuim een jongere van 12 jaar of ouder betreft, kan de medewerker Leerplicht/RMC een gesprek met de jongere alleen voeren. Hij stelt de ouders middels een brief van dit gesprek op de hoogte. De medewerker Leerplicht/RMC kan onderzoek doen naar mogelijk ongeoorloofd verzuim bij eventuele andere leerplichtige kinderen binnen het gezin. De medewerker leerplicht/RMC legt elke actie en elk contactmoment vast in het leerlingdossier. De medewerker leerplicht/RMC verstrekt aan de ouders en/of de jongere op hun verzoek inzage in het leerlingdossier. De medewerker leerplicht/RMC onderhoudt zo vaak als nodig contact met de ouders, jongere en betrokken organisaties om de verzuimsituatie zo spoedig mogelijk te beëindigen. De medewerker leerplicht/RMC draagt zorg voor terugkoppeling in het ZorgAdviesTeam van de school van zijn handelswijze, vorderingen in het onderzoek naar het vermeende verzuim of afspraken met de jongere en/of de ouders, voor zover deze bekend zijn bij hem en alleen wanneer de jongere al in het ZAT besproken is. De medewerker leerplicht/RMC legt een huisbezoek af wanneer hij dat nodig acht. De medewerker leerplicht/RMC kan een begeleidende rol vervullen ten behoeve van de jongere en de ouders bij het zoeken naar een andere school of een zo goed mogelijk passende leer-/werkroute. De medewerker leerplicht/RMC draagt er zorg voor dat een kennisgeving van verzuim binnen een zo kort mogelijke periode wordt afgehandeld. De hoogste prioriteit ligt bij het beëindigen van de verzuimsituatie of het bewerkstelligen van een adequate aanpak in het belang van de jongere. Ter afronding van de afhandeling informeert de medewerker leerplicht/RMC de melder over de wijze van afdoening. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het vierde lid dat geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, dan kan de medewerker leerplicht/RMC een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank (artikel 18). Indien de medewerker leerplicht/RMC voornemens is om een melding bij de Sociale Verzekeringsbank te doen, dan hoort hij ouders en jongere vanaf 16 jaar, waarbij hij betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een melding te doen bij de Sociale Verzekeringsbank. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het vierde lid dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de jongere die tevens voldoet aan de criteria voor verwijzing naar Bureau Halt, dan kan de medewerker leerplicht/RMC, zelfstandig of na tussenkomst van het Openbaar Ministerie, besluiten tot een verwijzing naar Bureau Halt. Indien de medewerker leerplicht/RMC die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar besloten heeft over te gaan tot Haltverwijzing, dan roept hij ouders en jongere vanaf 12 jaar op voor een gesprek, waarin hij toestemming vraagt aan de ouders en jongere om door te verwijzen naar Bureau Halt. De medewerker leerplicht/RMC stelt middels een verkort proces-verbaal een Haltverwijzing op. De jongere ondertekent de Haltverwijzing en geeft daarmee zijn toestemming. De medewerker leerplicht/RMC licht de school in over de verwijzing en over de afloop van de Haltstraf. Bij een negatieve afdoening van de Haltstraf maakt de medewerker leerplicht/RMC die tevens bevoegd is als buitgewoon opsporingsambtenaar altijd proces-verbaal op. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het vierde lid dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, en komt deze jongere niet meer in aanmerking voor een verwijzing naar Bureau Halt, dan maakt de medewerker leerplicht/RMC die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar proces-verbaal op van zijn bevindingen en zendt dit naar de officier van justitie. Indien hij voornemens is proces-verbaal op te maken, roept de medewerker leerplicht/RMC de ouders en de jongere van 12 jaar of ouder op voor een gesprek, waarbij hij de betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een proces-verbaal op te maken. Het opmaken van een proces-verbaal en een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank kan gelijktijdig, maar ook volgend op elkaar plaatsvinden. De medewerker leerplicht/RMC is bevoegd om het (laten) opmaken van proces-verbaal achterwege te laten en de ouders en/of de jongere een schriftelijke waarschuwing te geven conform de door het OM afgegeven richtlijnen. Zodra de medewerker leerplicht/RMC kennis neemt van schoolverzuim waarvan niet door een directeur is kennis gegeven, stelt de medewerker leerplicht/RMC een onderzoek in naar de reden waarom de directeur het verzuim niet heeft gemeld. Blijkt de directeur onwillig of nalatig in het nakomen van deze verplichting, dan meldt de medewerker leerplicht/RMC dit bij de Inspectie van het Onderwijs. De medewerker leerplicht/RMC kan aan de directeur gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het registreren van verzuim en het doen van kennisgevingen van verzuim, met het oog op het bevorderen van een effectief verzuimbestrijdingbeleid en de rechtsgelijkheid. De medewerker leerplicht/RMC kan directeuren verzoeken om eerder een kennisgeving van verzuim in te dienen dan de wet voorschrijft indien dat doelmatig is met het oog op de verzuimbestrijding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel