**1..** De leidinggevende vermeldt de aanleiding voor de beoordeling op het formulier beoordelingsgesprek.
**2..** Het oordeel van de leidinggevende over de manier waarop de medewerker gedurende de beoordelingsperiode heeft gefunctioneerd wordt uitgedrukt in één van de volgende gradaties:
**a..** Onvoldoende (onder niveau): heeft de resultaatafspraken aantoonbaar niet in volle omvang en naar behoren gerealiseerd. De tijdigheid, kwantiteit en kwaliteit van het resultaat zijn niet op het afgesproken niveau. Vertoont tekortkomingen en functioneert (ver)beneden het geheel aan eisen die zijn gesteld in de planningsafspraken.
**b..** Goed (op niveau): heeft de resultaatafspraken aantoonbaar in volle omvang en naar behoren gerealiseerd. De tijdigheid, kwantiteit en kwaliteit van het resultaat zijn duidelijk op het afgesproken niveau. Het functioneren voldoet zonder meer duidelijk aan de eisen die zijn gesteld in de resultaatafspraken.
**c..** Uitstekend (boven niveau): heeft de resultaatafspraken aantoonbaar meer dan naar behoren gerealiseerd. De tijdigheid, kwantiteit en kwaliteit van het resultaat liggen over de hele linie duidelijk (ver) uit boven de eisen die zijn gesteld in resultaatafspraken.
**3..** Voor elke resultaatafspraak geeft de leidinggevende één waardering (score), ondersteund door een motivering. De leidinggevende onderbouwt de motivering met concrete feiten (naar tijd, plaats, voorval, omstandigheden etc.).
**4..** De leidinggevende overweegt bij het opstellen van de conceptbeoordeling ook welke acties mogelijk zijn om het functioneren van de medewerker te beïnvloeden (gericht op inzetbaarheid, continuïteit, mobiliteit etc.).
**5..** De leidinggevende formuleert een slotconclusie. Daarin worden de afzonderlijke prestaties afgezet tegen de resultaatafspraken. De leidinggevende geeft in de slotconclusie van de conceptbeoordeling helder en ondubbelzinnig weer wat zijn/haar eindoordeel is over het functioneren van de medewerker en welke (rechtspositionele) gevolgen de beoordeling voor de medewerker heeft. De medewerker ontvangt minimaal één week voor het geplande beoordelingsgesprek een kopie van de conceptbeoordeling van de leidinggevende.
**6..** Tijdens het beoordelingsgesprek geeft de leidinggevende de medewerker een toelichting op de inhoud en slotconclusie van de conceptbeoordeling. De leidinggevende geeft de medewerker de gelegenheid zijn/haar zienswijze over de inhoud van de beoordeling te geven. De leidinggevende kan naar aanleiding van de besproken argumenten de inhoud van de conceptbeoordeling wijzigen.
Hoofdstuk
Artikel 8
Procedure opstelling tot vaststelling van de beoordeling
Onderdeel van Regeling personeelsgesprekken en beoordelen gemeente Hoorn 2015