Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 21

Afbouwtoelage

Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Hoorn 2015

1.. Aan de medewerker wiens bezoldiging een blijvende verlaging ondergaat als gevolg van het buiten zijn toedoen – anders dan door ziekte – beëindigen van de toelage onregelmatige dienst of de toelage bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst, wordt een afbouwtoelage toegekend als: de blijvende verlaging van de toelage ten minste 3% bedraagt van de bezoldiging, en de medewerker deze toelage gedurende ten minste twee jaar zonder onderbreking van langer dan twee maanden heeft ontvangen. 2.. De berekeningsbasis voor de toelage als bedoeld in lid 1 wordt vastgesteld op het bedrag dat de medewerker gemiddeld per maand heeft ontvangen over twaalf kalendermaanden voorafgaand aan de maand waarin de toelage is beëindigd dan wel verminderd. 3.. In het geval beide in lid 1 bedoelde toelagen worden beëindigd, wordt bij de toepassing van lid 2 de afbouwtoelage per toelage afzonderlijk berekend. 4.. De uitkeringsperiode voor de toelage is gelijk aan het naar boven op een maand afgeronde één vierde gedeelte van de tijd dat de medewerker de toelage(n) heeft ontvangen. Aan de uitkeringsperiode voor de toelage is een maximum verbonden van drie jaar. 5.. De hoogte van de toelage wordt bepaald door de uitkeringsperiode in drie gelijke delen te splitsen, waarbij - te beginnen met het eerste deel - afronding naar boven plaatsvindt op een hele maand, met dien verstande dat de maximumduur van de uitkeringsperiode niet wordt overschreden. Gedurende de drie deelperioden bedraagt de aflopende toelage achtereenvolgens 75%, 50% en 25% van de berekeningsbasis. 6.. De periode doorgebracht vanwege arbeidsongeschiktheid, zwangerschaps-, bevallings- of ouderschapsverlof wordt niet aangemerkt als onderbreking in de zin van de vorige leden.

Rechtspraak bij dit artikel