De medewerker leerplicht/RMC voert periodiek (tenminste driemaal per jaar)overleg met de collega’s van de andere gemeenten in de regio (binnen het RBL) over de uitvoering van de taken krachtens de wet en de RMC-wetgeving. De voorzitter van het Regionaal Leerplicht Overleg neemt zo nodig het initiatief tot het bijeenroepen van het bedoelde overleg.
De medewerker leerplicht/RMC draagt bij aan een optimaal toezicht op de naleving van de leerplichtwet en de RMC-wetgeving door in het regionale overleg voorstellen in te brengen over onderwerpen waarvoor regionale afspraken bijdragen aan een doelmatige bestrijding van schoolverzuim en/of voortijdig schoolverlaten.
Tot deze onderwerpen behoren in ieder geval:
afspraken over het onderhouden van contacten met scholen en onderwijsinstellingen in de regio;
afspraken over de beleidsregels met betrekking tot de scholen en onderwijsinstellingen in de regio;
afspraken over de adviezen met betrekking tot het beleid die medewerkers leerplicht/RMC uit de regio geven aan de scholen in de regio/signaleren aan de coördinator;
afspraken over de organisatie en inhoud van de contacten met de regionaal werkende instellingen op het gebied van algemeen maatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg, jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg en de aansluiting tussen onderwijs en arbeid;
afspraken over de organisatie en inhoud van het overleg met het Openbaar Ministerie.
De medewerker leerplicht/RMC maakt in het regionale overleg zonodig afspraken over:
de toepassing van artikel 14 van de wet (vrijstellingsgronden);
de richtlijnen op regionaal niveau inzake het verlenen van verlof op grond
van artikel 11 aanhef en onder f en g van de wet (extra vakantieverlofrespectievelijk andere gewichtige omstandigheden);
de wijze waarop contact wordt onderhouden met de Officier van Justitie in
het kader van de toepassing van artikel 22 van de wet (onderzoek door de medewerker leerplicht/RMC).
De medewerker leerplicht/RMC pleegt overleg met de medewerker leerplicht/RMC van de woongemeente van een jongere indien hij/zij in zijn contacten met scholen, instellingen of instanties bemerkt dat sprake kan zijn van een overtreding van de wet of een bedreiging van de schoolloopbaan van de jongere die niet is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van het eigen werkgebied.
Samenwerking met diensten en instellingen
(artikel 16, lid 4 onder d Leerplichtwet; artikel 118h, derde lid, WVO, artikel 162b, derde lid, WEC, artikel 8.3.2, derde lid, WEB)