1.De kennisgevingen van een (voorgenomen) beslissing tot verwijdering van een
leerling, de kennisgeving van afschrijving en de melding van voortijdig schoolverlaten worden door het RBL ontvangen. Er wordt een leerlingdossier aangemaakt of de kennisgeving wordt toegevoegd in het reeds aanwezige leerlingdossier.
Artikel 6, leden 3 tot en met 13, zijn van overeenkomstige toepassing.
Zodra de medewerker leerplicht/RMC kennisneemt van verwijdering of van voortijdig schoolverlaten van een jongere die niet overeenkomstig de wettelijke bepalingen is gemeld, stelt hij/zij een onderzoek in naar de oorzaak hiervan. Als de directeur onwillig of nalatig is in het nakomen van deze verplichting roept de medewerker leerplicht/RMC de directeur op voor een gesprek en maakt hij een dossier van bevindingen op. De medewerker leerplicht/RMC beslist of het dossier ter signalering aan de Inspectie voor het Onderwijs af wordt geven.
De medewerker leerplicht/RMC kan aan een directeur op diens verzoek advies geven over de aanpak van het voorkomen van verwijdering of voortijdig schoolverlaten van een bij de school ingeschreven jongere. Indien de medewerker leerplicht/RMC een dergelijk advies geeft, deelt de directeur aan hem/haar mee op welke wijze hij met het advies omgaat.
De medewerker leerplicht/RMC kan aan de directeuren gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, met het oog op het bevorderen van een effectief startkwalificatiebeleid en de rechtsgelijkheid. Hij/zij kan directeuren uitnodigen om eerder een melding van voortijdig schoolverlaten te doen dan de wet voorschrijft indien dat doelmatig is met het oog op de belangen van de schoolloopbaan van jongeren.
Vervangende leerplicht
(artikelen 3a en 3b Leerplichtwet)