1. Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in het plan zoals bedoeld in artikel 8, derde lid, wordt vastgesteld dat de jeugdige:
a. op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
b. geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening, of
c. geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening;
2. Het college kent eveneens een individuele voorziening toe voor zover artikel 3, eerste lid van toepassing is.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Toekenning individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Twenterand 2015