1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
2. Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de beschikking tevens vastgelegd:
a. de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken inclusief het beoogde resultaat;
b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is.
3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking tevens in ieder geval vastgelegd:
a. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
b. wat de hoogte van het pgb is en hoe deze is berekend;
c. hoe de feitelijke betaling ten laste van het verstrekte pgb plaatsvindt;
d. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
4. Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage worden de jeugdige of zijn ouders daarover in de beschikking geïnformeerd.